Importeren Van Browser Instellingen Uitgeschakeld

💼 Management Samenvatting

Het uitschakelen van de importfunctionaliteit voor browserinstellingen van andere browsers waarborgt dat alleen door de organisatie goedgekeurde configuraties actief zijn in Microsoft Edge.

Aanbeveling
IMPLEMENT
Risico zonder
Medium
Risk Score
5/10
Implementatie
0.75u (tech: 0.25u)
Van toepassing op:
Edge

De ImportBrowserSettings-beleidsinstelling beheert of gebruikers browserinstellingen zoals startpagina, zoekmachine, extensies en opstartgedrag kunnen importeren van andere browsers. Voor zakelijke omgevingen vormt deze functionaliteit een aanzienlijk risico op meerdere fronten. Het primaire risico betreft de beveiligingsbaseline, aangezien persoonlijke browserinstellingen zwakke beveiligingsconfiguraties kunnen bevatten die het zakelijke beveiligingsbeleid omzeilen. Deze configuraties kunnen leiden tot beveiligingslekken die de organisatie kwetsbaar maken voor aanvallen. Daarnaast ontstaat er een aanzienlijk risico op configuratiebeheer wanneer geïmporteerde instellingen de door IT-beheerde beleidsregels overschrijven, waardoor de centrale controle over de browserconfiguratie verloren gaat. Bovendien kan de importfunctionaliteit problematische of zelfs kwaadaardige extensies van persoonlijke browsers meenemen naar de zakelijke omgeving, wat een directe bedreiging vormt voor de beveiliging. Tot slot vereisen zakelijke omgevingen gestandaardiseerde browserconfiguraties om consistentie te waarborgen en beheerbaarheid te behouden. Zakelijke browsers moeten beheerde configuraties gebruiken die centraal worden beheerd, niet willekeurige imports van persoonlijke browsers die de beveiligingsstandaarden ondermijnen. Het risico wordt verder vergroot doordat gebruikers vaak niet beseffen welke beveiligingsimplicaties hun persoonlijke browserconfiguraties hebben. Een persoonlijke browser kan bijvoorbeeld een zwakke startpagina hebben die vatbaar is voor phishing-aanvallen, of extensies bevatten die niet zijn goedgekeurd voor zakelijk gebruik. Wanneer deze instellingen worden geïmporteerd in de zakelijke browseromgeving, brengen ze deze risico's direct over naar de organisatie. Bovendien kunnen geïmporteerde instellingen conflicteren met door IT-beheerde beleidsregels, wat kan leiden tot onvoorspelbaar gedrag en beveiligingslekken die moeilijk te detecteren zijn.

PowerShell Modules Vereist
Primary API: Intune/GPO
Connection: N/A
Required Modules:

Implementatie

Wanneer ImportBrowserSettings op 0 wordt ingesteld, wordt de import van browserinstellingen volledig geblokkeerd. Microsoft Edge gebruikt uitsluitend door IT-beheerde configuraties via Microsoft Intune of Group Policy Objects. Gebruikers kunnen geen persoonlijke browserinstellingen meer importeren, waardoor de integriteit van de zakelijke browserconfiguratie wordt gewaarborgd.

Implementatie

Gebruik PowerShell-script import-browser-settings-disabled.ps1 (functie Invoke-Remediation) – PowerShell-script voor het blokkeren van de import van browserinstellingen.

De implementatie van het blokkeren van browserinstellingen-import kan worden uitgevoerd via Microsoft Intune, wat de aanbevolen methode is voor moderne zakelijke omgevingen. Het implementatieproces begint in het Microsoft Intune Admin Center, waar beheerders naar de sectie Configuration Profiles navigeren. Hier kunnen nieuwe configuratieprofielen worden aangemaakt die specifiek zijn gericht op het beheren van Microsoft Edge-instellingen. Voor deze implementatie dient een nieuw profiel te worden gemaakt met het type Settings Catalog, wat specifiek is ontworpen voor Windows 10 en nieuwere versies van het besturingssysteem. Het Settings Catalog-profieltype biedt een uitgebreide verzameling van beschikbare beleidsinstellingen die direct kunnen worden geconfigureerd zonder dat er aangepaste templates of complexe configuraties nodig zijn. Dit maakt het proces eenvoudiger en minder foutgevoelig dan traditionele configuratiemethoden.

Binnen het Settings Catalog-profiel moeten beheerders zoeken naar de Microsoft Edge-beleidsinstellingen en specifiek naar de instelling ImportBrowserSettings. Deze instelling kan worden gevonden door te filteren op Microsoft Edge in de beschikbare beleidsinstellingen. De zoekfunctie binnen Intune maakt het mogelijk om snel de gewenste instelling te vinden door het invoeren van relevante zoektermen zoals 'import' of 'browser settings'. Zodra de juiste instelling is gevonden, dient deze te worden geconfigureerd met de waarde False, wat overeenkomt met de numerieke waarde 0. Deze configuratie zorgt ervoor dat gebruikers geen browserinstellingen meer kunnen importeren van andere browsers, noch automatisch bij de eerste start, noch handmatig via de browserinstellingen. Het is belangrijk om te begrijpen dat deze instelling zowel de automatische import tijdens de eerste configuratie van Edge blokkeert als de handmatige importoptie die gebruikers anders zouden kunnen gebruiken via het instellingenmenu.

Na het configureren van de beleidsinstelling moet het profiel worden toegewezen aan alle gebruikers binnen de organisatie. Deze toewijzing kan worden gedaan op basis van gebruikersgroepen, waarbij alle relevante groepen worden geselecteerd die toegang hebben tot Microsoft Edge. Het is belangrijk om te zorgen voor een gefaseerde implementatie waarbij eerst een testgroep wordt gebruikt om te verifiëren dat de configuratie correct werkt en geen onverwachte problemen veroorzaakt. Deze testgroep moet representatief zijn voor de volledige organisatie en verschillende gebruikersprofielen bevatten, zoals standaardgebruikers, beheerders en gebruikers met verschillende rollen. Tijdens de testfase moeten beheerders controleren of de configuratie correct wordt toegepast, of er geen conflicten zijn met andere beleidsregels, en of gebruikers nog steeds normaal kunnen werken met Microsoft Edge. Na succesvolle verificatie kan de implementatie worden uitgebreid naar de volledige organisatie. Het is aan te raden om deze uitbreiding geleidelijk te doen, bijvoorbeeld eerst naar afdelingen of locaties, om eventuele problemen snel te kunnen identificeren en op te lossen voordat de volledige organisatie wordt bereikt.

Voor organisaties die nog gebruikmaken van Group Policy Objects in plaats van Microsoft Intune, kan dezelfde configuratie worden toegepast via de Group Policy Management Console. In deze console moeten beheerders navigeren naar de juiste Group Policy Object en de Microsoft Edge-beleidsinstellingen openen. De Microsoft Edge-beleidsinstellingen zijn beschikbaar als een administratieve template die moet worden toegevoegd aan de Group Policy Management Console als deze nog niet beschikbaar is. Deze template kan worden gedownload van de Microsoft-website en bevat alle beschikbare Edge-beleidsinstellingen. De instelling ImportBrowserSettings kan hier worden gevonden onder Computer Configuration of User Configuration, afhankelijk van de gewenste implementatiemethode. Computer Configuration is doorgaans de voorkeursmethode omdat dit ervoor zorgt dat de instelling wordt toegepast op alle gebruikers van een specifieke computer, ongeacht wie er ingelogd is. User Configuration is geschikter wanneer de instelling alleen moet worden toegepast op specifieke gebruikers, ongeacht op welke computer ze werken. De instelling moet worden ingesteld op Uitgeschakeld, wat overeenkomt met de waarde 0. Na het configureren van de instelling moet het Group Policy Object worden gekoppeld aan de juiste organisatie-eenheden binnen Active Directory om ervoor te zorgen dat de configuratie wordt toegepast op alle relevante computers en gebruikers.

Naast de Intune- of Group Policy-configuratie kunnen organisaties ook gebruikmaken van het bijgeleverde PowerShell-script voor geautomatiseerde implementatie en verificatie. Dit script kan worden uitgevoerd via verschillende methoden, zoals via Intune als een remediation script, via Group Policy als een startup script, of handmatig via een beheerderssessie. Het script controleert de huidige configuratie en past deze aan indien nodig, waardoor consistentie wordt gewaarborgd in de gehele organisatie. Het script biedt ook logging-functionaliteit, waardoor beheerders kunnen bijhouden welke systemen zijn geconfigureerd en wanneer deze configuratie heeft plaatsgevonden. Wanneer het script wordt gebruikt als Intune remediation script, kan het worden geconfigureerd om automatisch te worden uitgevoerd wanneer een afwijking wordt gedetecteerd. Dit zorgt ervoor dat de configuratie automatisch wordt hersteld zonder handmatige interventie. Het script kan ook worden gebruikt voor initiële implementatie in omgevingen waar Intune of Group Policy nog niet volledig is geconfigureerd, of als aanvullende verificatiemethode om te controleren of de configuratie correct is toegepast op alle systemen.

Voor organisaties die werken met hybride omgevingen waarin zowel Intune als Group Policy worden gebruikt, is het belangrijk om te zorgen voor consistentie tussen beide configuratiemethoden. Group Policy heeft doorgaans voorrang op Intune-configuraties wanneer beide worden toegepast op hetzelfde systeem, wat betekent dat organisaties moeten zorgen dat beide methoden dezelfde configuratie toepassen om conflicten te voorkomen. Het is aan te raden om een duidelijke strategie te hebben voor welke configuratiemethode wordt gebruikt voor welke instellingen, en om regelmatig te controleren of beide methoden dezelfde configuratie toepassen. Dit kan worden gedaan door gebruik te maken van monitoringtools die beide configuratiemethoden kunnen controleren en rapporteren over eventuele verschillen of conflicten.

Monitoring

Gebruik PowerShell-script import-browser-settings-disabled.ps1 (functie Invoke-Monitoring) – Beheert en controleert de status van de browserinstellingen-importblokkering.

Effectieve monitoring van de browserinstellingen-importblokkering is essentieel om te verzekeren dat de beveiligingsmaatregel correct wordt toegepast en blijft functioneren. De primaire monitoringmethode is het controleren van de registerwaarde in het Windows-register. De specifieke registerlocatie is HKLM:\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge\ImportBrowserSettings, die de waarde 0 moet bevatten wanneer de blokkering actief is. Deze registerwaarde wordt automatisch ingesteld wanneer het Intune-beleid of Group Policy-object wordt toegepast, maar kan handmatig worden gecontroleerd via PowerShell of de Register-editor. Regelmatige controle van deze registerwaarde zorgt ervoor dat de configuratie niet onbedoeld is gewijzigd door gebruikers of andere processen. Het is belangrijk om te begrijpen dat registerwaarden kunnen worden gewijzigd door verschillende factoren, zoals handmatige wijzigingen door gebruikers met beheerdersrechten, conflicterende beleidsregels, of problemen met de beleidstoepassing. Daarom is het essentieel om niet alleen de registerwaarde te controleren, maar ook de context waarin deze waarde is ingesteld te begrijpen en te verifiëren dat deze correct wordt toegepast door het beheersysteem.

Naast registercontrole moeten beheerders ook de browserinstellingen zelf verifiëren om te bevestigen dat de functionaliteit daadwerkelijk is uitgeschakeld voor eindgebruikers. Dit kan worden gedaan door te navigeren naar de instellingenpagina edge://settings/profiles/importData binnen Microsoft Edge. Op deze pagina moet de optie voor het importeren van browserinstellingen uitgeschakeld of niet beschikbaar zijn. Als deze optie nog steeds beschikbaar is, kan dit duiden op een probleem met de beleidstoepassing of een configuratiefout. Regelmatige verificatie van deze instellingenpagina, bij voorkeur maandelijks of na belangrijke Windows- of Edge-updates, helpt om problemen vroegtijdig te identificeren. Het is belangrijk om deze verificatie uit te voeren op verschillende systemen en met verschillende gebruikersaccounts om ervoor te zorgen dat de configuratie consistent wordt toegepast in de gehele organisatie. Beheerders moeten ook controleren of de importoptie niet alleen is verborgen maar daadwerkelijk is uitgeschakeld, omdat sommige gebruikers mogelijk nog steeds toegang kunnen hebben tot de functionaliteit via alternatieve methoden of oudere versies van de browser.

Een belangrijke indicator voor de effectiviteit van de implementatie is het monitoren van helpdesktickets die betrekking hebben op importproblemen of configuratievragen. Gebruikers die proberen om instellingen te importeren en daarbij problemen ondervinden, kunnen contact opnemen met de helpdesk. Deze tickets bieden waardevolle inzichten in het gebruikersgedrag en kunnen helpen bij het identificeren van gebruikers die mogelijk alternatieve methoden proberen te gebruiken om de beveiligingsmaatregelen te omzeilen. Analyse van deze tickets kan ook leiden tot verbeteringen in gebruikerscommunicatie en training, waardoor gebruikers beter begrijpen waarom bepaalde functionaliteiten zijn uitgeschakeld en welke alternatieven beschikbaar zijn. Het is belangrijk om deze tickets niet alleen te gebruiken voor het identificeren van problemen, maar ook voor het verbeteren van de gebruikerservaring en het verhogen van het bewustzijn over beveiligingsmaatregelen. Regelmatige analyse van helpdesktickets kan ook helpen bij het identificeren van trends of patronen die kunnen wijzen op bredere problemen met de implementatie of configuratie.

Het bijgeleverde PowerShell-monitoringscript kan worden geïntegreerd in bestaande monitoringoplossingen zoals Microsoft Endpoint Manager, System Center Operations Manager, of andere enterprise monitoringtools. Dit script voert automatisch controles uit op de registerwaarden en browserconfiguratie en genereert rapporten die kunnen worden gebruikt voor compliance-doeleinden. Het script kan worden geconfigureerd om regelmatig te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld dagelijks of wekelijks, en kan waarschuwingen genereren wanneer afwijkingen worden gedetecteerd. Deze geautomatiseerde monitoring vermindert de handmatige werklast voor IT-beheerders en zorgt voor consistente controle van de beveiligingsconfiguratie. Het script kan ook worden uitgebreid met aanvullende functionaliteit, zoals het verzamelen van statistieken over configuratiewijzigingen, het genereren van trendrapporten, of het integreren met andere monitoringtools voor een meer uitgebreide zichtbaarheid van de beveiligingsstatus. Voor organisaties met complexe omgevingen kan het script worden aangepast om specifieke controles uit te voeren die relevant zijn voor hun unieke configuratie of omgeving.

Voor organisaties met strikte compliance-eisen is het aan te raden om periodieke audits uit te voeren waarbij de configuratie wordt geverifieerd en gedocumenteerd. Deze audits kunnen deel uitmaken van de reguliere security assessments en moeten worden uitgevoerd door onafhankelijke partijen of interne auditafdelingen. De auditresultaten dienen te worden gedocumenteerd en bewaard voor de vereiste bewaartermijn, zoals gespecificeerd in het auditbewijsgedeelte van dit document. Deze documentatie kan cruciaal zijn tijdens externe audits of compliance-controles door toezichthouders. Tijdens deze audits moeten beheerders niet alleen de configuratie zelf verifiëren, maar ook de processen en procedures die worden gebruikt voor het beheren en handhaven van de configuratie. Dit omvat het controleren van de documentatie, het verifiëren van de toegangscontroles, en het beoordelen van de effectiviteit van de monitoring- en remediatieprocessen. Auditresultaten moeten worden gebruikt om de beveiligingsmaatregelen continu te verbeteren en om te zorgen dat de organisatie voldoet aan alle relevante compliance-vereisten.

Naast de technische monitoringmethoden is het ook belangrijk om gebruikersfeedback te verzamelen en te monitoren. Gebruikers kunnen waardevolle inzichten bieden over hoe de configuratie hun dagelijkse werk beïnvloedt en kunnen helpen bij het identificeren van problemen of verbeterpunten. Regelmatige gebruikersenquêtes of feedbacksessies kunnen worden gebruikt om te begrijpen hoe gebruikers de configuratie ervaren en of er behoefte is aan aanvullende ondersteuning of training. Deze feedback kan ook worden gebruikt om de communicatie over beveiligingsmaatregelen te verbeteren en om gebruikers beter te informeren over het belang van deze maatregelen voor de beveiliging van de organisatie.

Compliance en Auditing

De implementatie van browserinstellingen-importblokkering draagt bij aan de naleving van verschillende belangrijke regelgevingskaders en beveiligingsstandaarden die relevant zijn voor Nederlandse overheidsorganisaties. De Center for Internet Security (CIS) Microsoft Edge Benchmark bevat specifieke aanbevelingen voor configuratiebeheer die vereisen dat organisaties controle behouden over browserinstellingen. Door het blokkeren van ongecontroleerde import van browserinstellingen kunnen organisaties ervoor zorgen dat alle configuraties voldoen aan de CIS-aanbevelingen en dat er geen onbeheerde instellingen worden geïntroduceerd die de beveiligingsbaseline kunnen ondermijnen. De CIS Benchmark biedt een uitgebreide set van best practices voor het beveiligen van Microsoft Edge in zakelijke omgevingen, en het blokkeren van ongecontroleerde configuratie-import is een fundamenteel onderdeel van deze aanbevelingen. Organisaties die deze maatregel implementeren, demonstreren hun commitment aan het volgen van erkende beveiligingsstandaarden en het handhaven van een robuuste beveiligingspostuur.

De internationale beveiligingsstandaard ISO 27001:2022 bevat in controle A.8.9 specifieke vereisten voor configuratiebeheer. Deze controle vereist dat organisaties passende maatregelen nemen om configuraties te beheren en te controleren, waarbij ongeautoriseerde wijzigingen worden voorkomen. Het blokkeren van ongecontroleerde browserinstellingen-import draagt bij aan deze controle door te voorkomen dat configuratiewijzigingen buiten het beheerde proces om plaatsvinden. Bovendien draagt deze maatregel bij aan configuratiebeheer door ervoor te zorgen dat alle browserinstellingen voldoen aan de vereiste beveiligingsniveaus en correct worden gedocumenteerd. ISO 27001:2022 vereist dat organisaties een configuratiebeheerproces hebben dat ervoor zorgt dat alle configuratiewijzigingen worden gedocumenteerd, geautoriseerd en gecontroleerd. Door het blokkeren van ongecontroleerde import kunnen organisaties ervoor zorgen dat alle configuratiewijzigingen door het beheerde proces gaan en correct worden gedocumenteerd, wat essentieel is voor compliance met deze internationale standaard.

Beveiligingsbaseline-handhaving vormt een fundamenteel onderdeel van moderne informatiebeveiliging en vereist dat organisaties duidelijke standaarden hanteren voor de configuratie van systemen en applicaties. Door het blokkeren van ongecontroleerde configuratie-import kunnen organisaties ervoor zorgen dat alle browserinstellingen voldoen aan de gedefinieerde beveiligingsbaseline en dat er geen afwijkingen optreden die de beveiligingsstandaarden kunnen ondermijnen. Dit is essentieel voor effectieve beveiligingscontrole en voor het waarborgen van de integriteit van de zakelijke IT-omgeving. Organisaties die deze maatregel implementeren, demonstreren hun commitment aan robuuste beveiligingsbaseline-praktijken. Een beveiligingsbaseline is een verzameling van minimale beveiligingsconfiguraties die moeten worden toegepast op alle systemen en applicaties binnen een organisatie. Door het blokkeren van ongecontroleerde import kunnen organisaties ervoor zorgen dat alle browserconfiguraties consistent zijn en voldoen aan de gedefinieerde baseline, wat essentieel is voor het handhaven van een uniforme beveiligingspostuur in de gehele organisatie.

De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) bevat in verschillende normen specifieke vereisten voor configuratiebeheer en beveiligingscontrole. Deze normen stellen dat organisaties duidelijke processen moeten hebben voor het beheren van configuraties en dat ongeautoriseerde wijzigingen moeten worden voorkomen. Het blokkeren van browserinstellingen-import is een concrete implementatie van deze normen, omdat het voorkomt dat configuraties buiten het beheerde proces om worden gewijzigd. Deze controle is niet alleen belangrijk voor beveiliging, maar ook voor compliance, omdat het aantoont dat organisaties proactief werken aan het handhaven van hun beveiligingsstandaarden. De BIO is specifiek ontwikkeld voor Nederlandse overheidsorganisaties en bevat normen die zijn gebaseerd op internationale best practices, aangepast aan de Nederlandse context. Organisaties die voldoen aan de BIO-normen demonstreren hun commitment aan informatiebeveiliging en kunnen aantonen dat zij passende maatregelen hebben genomen om hun systemen en gegevens te beschermen.

Voor auditdoeleinden is het belangrijk dat organisaties documentatie bijhouden van de implementatie en handhaving van deze beveiligingsmaatregel. Deze documentatie moet screenshots bevatten van Intune-beleidsconfiguraties, exports van registerwaarden, documentatie van het configuratiebeheerbeleid, en compliance-rapporten die aantonen dat de maatregel correct is geïmplementeerd en wordt gehandhaafd. Deze documentatie dient te worden bewaard voor de vereiste bewaartermijn van drie jaar, zoals gespecificeerd in de auditbewijsvereisten. Regelmatige audits moeten worden uitgevoerd om te verifiëren dat de configuratie correct blijft en dat er geen afwijkingen zijn opgetreden. Tijdens externe audits of compliance-controles kunnen auditors vragen om bewijs dat de beveiligingsmaatregel correct is geïmplementeerd en wordt gehandhaafd. Deze documentatie kan cruciaal zijn voor het aantonen van compliance en kan helpen bij het voorkomen van boetes of andere sancties die kunnen worden opgelegd wanneer organisaties niet kunnen aantonen dat zij passende beveiligingsmaatregelen hebben genomen.

Naast de formele compliance-vereisten is het ook belangrijk om te begrijpen dat effectieve configuratiebeheer niet alleen gaat over het voldoen aan regelgeving, maar ook over het handhaven van een robuuste beveiligingspostuur die de organisatie beschermt tegen bedreigingen. Het blokkeren van ongecontroleerde browserinstellingen-import is een praktische maatregel die direct bijdraagt aan de beveiliging van de organisatie door te voorkomen dat zwakke of kwaadaardige configuraties worden geïntroduceerd. Deze maatregel moet worden gezien als onderdeel van een bredere beveiligingsstrategie die gericht is op het handhaven van consistente en veilige configuraties in de gehele organisatie. Door deze maatregel te implementeren en te handhaven, kunnen organisaties niet alleen voldoen aan compliance-vereisten, maar ook hun algehele beveiligingspostuur verbeteren en hun systemen beter beschermen tegen bedreigingen.

Remediatie

Gebruik PowerShell-script import-browser-settings-disabled.ps1 (functie Invoke-Remediation) – Herstelt de browserinstellingen-importblokkering wanneer deze is uitgeschakeld of gewijzigd.

Wanneer de browserinstellingen-importblokkering onbedoeld is uitgeschakeld of gewijzigd, is het belangrijk om snel te kunnen reageren om de beveiligingsconfiguratie te herstellen. Het bijgeleverde PowerShell-remediatiescript kan automatisch worden uitgevoerd om de juiste configuratie te herstellen wanneer afwijkingen worden gedetecteerd. Dit script controleert de huidige registerwaarde en past deze aan naar de vereiste waarde 0 indien deze is gewijzigd. Het script kan worden geconfigureerd om automatisch te worden uitgevoerd via Intune remediation policies, waardoor afwijkingen automatisch worden gecorrigeerd zonder handmatige interventie van IT-beheerders. Het is belangrijk om te begrijpen dat snelle remediatie essentieel is voor het handhaven van beveiligingsconfiguraties, omdat elke periode waarin de configuratie niet correct is, een potentiële beveiligingsrisico vormt. Automatische remediatie zorgt ervoor dat afwijkingen snel worden gedetecteerd en gecorrigeerd, waardoor het beveiligingsrisico wordt geminimaliseerd en de configuratie consistent blijft in de gehele organisatie.

Naast automatische remediatie moeten beheerders ook beschikken over een handmatig remediatieproces voor gevallen waarin automatische correctie niet mogelijk is of wanneer aanvullende verificatie nodig is. Dit proces moet beginnen met het identificeren van de oorzaak van de afwijking, of dit nu een onbedoelde wijziging door een gebruiker is, een probleem met de beleidstoepassing, of een conflict met andere configuraties. Het identificeren van de oorzaak is belangrijk omdat dit helpt bij het voorkomen van toekomstige afwijkingen en bij het verbeteren van de beveiligingsprocessen. Zodra de oorzaak is geïdentificeerd, kan de configuratie worden hersteld via Intune, Group Policy, of handmatige registerwijziging. Na herstel moet de configuratie worden geverifieerd om te bevestigen dat de blokkering opnieuw actief is. Deze verificatie moet worden uitgevoerd op verschillende manieren, zoals het controleren van de registerwaarde, het verifiëren van de browserinstellingen, en het testen of gebruikers nog steeds kunnen proberen om instellingen te importeren. Het is ook belangrijk om de remediatie te documenteren, inclusief de oorzaak van de afwijking, de genomen stappen om deze te herstellen, en eventuele preventieve maatregelen die zijn genomen om toekomstige afwijkingen te voorkomen.

Voor organisaties die gebruikmaken van Intune kunnen remediation policies worden geconfigureerd die automatisch controleren of de registerwaarde correct is ingesteld en deze herstellen indien nodig. Deze policies kunnen worden geconfigureerd om dagelijks, wekelijks of op een andere gewenste frequentie te worden uitgevoerd. Wanneer een afwijking wordt gedetecteerd, wordt het remediatiescript automatisch uitgevoerd om de configuratie te herstellen. Deze geautomatiseerde aanpak zorgt voor consistente handhaving van de beveiligingsconfiguratie en vermindert de handmatige werklast voor IT-beheerders aanzienlijk. Het is belangrijk om de frequentie van de controles af te stemmen op de behoeften van de organisatie en de risico's die gepaard gaan met afwijkingen. Voor organisaties met hoge beveiligingsvereisten kan dagelijkse controle worden aanbevolen, terwijl voor andere organisaties wekelijkse controle voldoende kan zijn. Het is ook belangrijk om te zorgen dat de remediation policies correct zijn geconfigureerd en dat ze worden getest om ervoor te zorgen dat ze effectief werken wanneer afwijkingen worden gedetecteerd.

In gevallen waarin de importfunctionaliteit onbedoeld is geactiveerd en er al instellingen zijn geïmporteerd, moeten beheerders ook een proces hebben voor het verwijderen van deze ongewenste configuraties. Dit kan worden gedaan door de browserinstellingen handmatig te resetten naar de door IT-beheerde standaardwaarden, of door gebruik te maken van een script dat specifiek is ontworpen voor het opschonen van geïmporteerde instellingen. Het is belangrijk om dit proces te documenteren en regelmatig te testen om ervoor te zorgen dat het effectief werkt wanneer het nodig is. Het opschonen van geïmporteerde instellingen kan complex zijn omdat verschillende soorten instellingen op verschillende manieren kunnen worden opgeslagen en verwijderd. Beheerders moeten een duidelijk proces hebben voor het identificeren van welke instellingen zijn geïmporteerd, het bepalen van welke instellingen moeten worden verwijderd, en het uitvoeren van de verwijdering op een veilige en gecontroleerde manier. Dit proces moet ook worden getest om ervoor te zorgen dat het geen onbedoelde gevolgen heeft voor de gebruikerservaring of andere configuraties.

Naast het herstellen van de configuratie is het ook belangrijk om te leren van remediatie-incidenten en om de beveiligingsprocessen continu te verbeteren. Wanneer een afwijking wordt gedetecteerd en hersteld, moeten beheerders analyseren waarom de afwijking is opgetreden en welke maatregelen kunnen worden genomen om toekomstige afwijkingen te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat aanvullende monitoring wordt geïmplementeerd, dat gebruikers worden getraind over het belang van beveiligingsconfiguraties, of dat de configuratieprocessen worden verbeterd om te voorkomen dat afwijkingen kunnen optreden. Door continu te leren en te verbeteren, kunnen organisaties hun beveiligingspostuur versterken en ervoor zorgen dat beveiligingsconfiguraties consistent worden gehandhaafd in de gehele organisatie.

Compliance & Frameworks

Automation

Gebruik het onderstaande PowerShell script om deze security control te monitoren en te implementeren. Het script bevat functies voor zowel monitoring (-Monitoring) als remediation (-Remediation).

PowerShell
<# .SYNOPSIS Edge Privacy: Import Browser Settings Disabled .DESCRIPTION CIS - Importeren van browser settings moet disabled. .NOTES Filename: import-browser-settings-disabled.ps1|Author: Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud|Registry: HKLM:\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge\ImportBrowserSettings|Expected: 0 #> #Requires -Version 5.1 #Requires -RunAsAdministrator [CmdletBinding()]param([switch]$WhatIf, [switch]$Monitoring, [switch]$Remediation, [switch]$Revert) $ErrorActionPreference = 'Stop'; $RegPath = "HKLM:\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge"; $RegName = "ImportBrowserSettings"; $ExpectedValue = 0 function Connect-RequiredServices { $p = New-Object Security.Principal.WindowsPrincipal([Security.Principal.WindowsIdentity]::GetCurrent()); return $p.IsInRole([Security.Principal.WindowsBuiltInRole]::Administrator) } function Test-Compliance { $r = [PSCustomObject]@{ScriptName = "import-browser-settings-disabled.ps1"; PolicyName = "Import Settings Disabled"; IsCompliant = $false; CurrentValue = $null; ExpectedValue = $ExpectedValue; Details = @() }; if (-not(Test-Path $RegPath)) { $r.IsCompliant = $true; $r.Details += "Default disabled"; return $r }; try { $v = Get-ItemProperty -Path $RegPath -Name $RegName -ErrorAction Stop; $r.CurrentValue = $v.$RegName; if ($r.CurrentValue -eq $ExpectedValue) { $r.IsCompliant = $true; $r.Details += "Settings import disabled" }else { $r.Details += "Settings import enabled" } }catch { $r.IsCompliant = $true; $r.Details += "Default" }; return $r } function Invoke-Remediation { if (-not(Test-Path $RegPath)) { New-Item -Path $RegPath -Force | Out-Null }; Set-ItemProperty -Path $RegPath -Name $RegName -Value $ExpectedValue -Type DWord -Force; Write-Host "Import browser settings disabled" -ForegroundColor Green } function Invoke-Monitoring { $r = Test-Compliance; Write-Host "`n$($r.PolicyName): $(if($r.IsCompliant){'COMPLIANT'}else{'NON-COMPLIANT'})" -ForegroundColor $(if ($r.IsCompliant) { 'Green' }else { 'Red' }); return $r } function Invoke-Revert { Remove-ItemProperty -Path $RegPath -Name $RegName -ErrorAction SilentlyContinue } try { if (-not(Connect-RequiredServices)) { exit 1 }; if ($Monitoring) { $r = Invoke-Monitoring; exit $(if ($r.IsCompliant) { 0 }else { 1 }) }elseif ($Remediation) { if (-not $WhatIf) { Invoke-Remediation } }elseif ($Revert) { Invoke-Revert }else { $r = Test-Compliance; exit $(if ($r.IsCompliant) { 0 }else { 1 }) } }catch { Write-Error $_; exit 1 }

Risico zonder implementatie

Risico zonder implementatie
Medium: Gemiddeld configuratiebeheerrisico. Geïmporteerde persoonlijke browserinstellingen kunnen zakelijke beveiligingsbaselines omzeilen en zwakke configuraties introduceren die de beveiligingsstandaarden van de organisatie ondermijnen.

Management Samenvatting

Blokkeer browserinstellingen-import (ImportBrowserSettings op 0) voor configuratiebeheer. Voorkomt ongecontroleerde configuratiewijzigingen en waarborgt consistentie. Implementatie: 15-30 minuten.