💼 Management Samenvatting
Het blokkeren van sensortoegang in Microsoft Edge voorkomt dat websites of ingesloten scripts gegevens ontvangen van accelerometers, gyroscopen en magnetometers die in moderne laptops en tablets aanwezig zijn. Door deze hardwarematige signalen af te schermen, verdwijnt een belangrijke bron voor fingerprinting en gedragsanalyse, waardoor eindgebruikers binnen de Nederlandse overheid niet ongemerkt gevolgd kunnen worden. De maatregel sluit naadloos aan op de principes van de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud omdat hij de standaardinstelling van Edge vergrendelt en elke pagina op exact dezelfde manier behandelt.
Sensor-API's lijken onschuldig, maar dezelfde API's laten aanvallers zien hoe een apparaat beweegt, kantelt of getrild wordt. Aan de hand van deze unieke patronen zijn gebruikers te identificeren en kunnen toetsaanslagen of muisbewegingen deels worden afgeleid. In combinatie met andere telemetrie ontstaat een betrouwbaar profiel dat de anonimiteit van ambtenaren ondermijnt en overeenkomt met risico's die in AVG-data protection impact assessments worden beschreven. Omdat de meeste desktop- en VDI-werkplekken deze sensoren niet nodig hebben, ontstaat er een onnodig privacyrisico zolang de interfaces open blijven staan.
Connection:
N/ARequired Modules:
Implementatie
De maatregel dwingt via DefaultSensorsSetting een blokkade af met waarde 2 in HKLM:\\SOFTWARE\\Policies\\Microsoft\\Edge. Daarmee reageert Edge alsof het apparaat geen bewegingssensoren bevat en worden verzoeken vanuit websites automatisch geweigerd. Het beleid kan via Intune, Configuration Manager of lokale scripts worden toegepast en is zo ontworpen dat uitzonderingen bewust moeten worden ingericht, zodat blokkeren de veilige standaard blijft.
Vereisten
Een succesvolle blokkade van sensors begint bij een helder begrip van de apparaat- en browserarchitectuur binnen de organisatie. Elk beheerd Windows-apparaat dat Microsoft Edge als primaire browser gebruikt, moet zijn opgenomen in Intune of in een domein met groepsbeleid zodat configuraties consistent worden afgedwongen. Zonder centraal beheer is het onmogelijk om zeker te weten dat het registerpad HKLM:\\SOFTWARE\\Policies\\Microsoft\\Edge daadwerkelijk de gewenste DefaultSensorsSetting waarde ontvangt. Daarom is inventarisatie van alle in gebruik zijnde Edge-versies en kanaalvarianten, zoals Stable, LTSC en Extended Stable, een harde voorwaarde voordat het project start.
Daarnaast is het noodzakelijk dat beheerders beschikken over passende RBAC-rollen in Intune of Configuration Manager zodat zij het beleidsprofiel kunnen publiceren en naleving kunnen bewaken. Dit betekent dat ten minste het profiel Edge-beheerder of Policy and Profile Manager moet zijn toegewezen aan het team dat de maatregel uitvoert. Zonder deze rechten kunnen instellingen niet worden gedeployed of gecorrigeerd wanneer gebruikers hun lokale instellingen proberen te wijzigen. Controle op rollen maakt ook deel uit van de interne functiescheiding zoals vastgelegd in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid en ondersteunt aantoonbare governance.
Hoewel Edge op Windows standaard sensorrichtlijnen respecteert, zijn er scenario's waarin legacy toepassingen afhankelijk zijn van bewegingssensoren, bijvoorbeeld bij specialistische GIS-viewers of webapplicaties voor logistieke tracking. Daarom moet er een documentatieoverzicht beschikbaar zijn dat aangeeft welke applicaties dergelijke API's werkelijk nodig hebben en welke gebruikersgroepen daarbij horen. In de meeste kantooromgevingen zal dit overzicht leeg blijven, maar het vooraf vastleggen voorkomt verstoring van niche-werkplekken en biedt een basis voor uitzonderingsbeheer en risicobeoordeling.
Voor de uitrol is ook een betrouwbare test- en acceptatieomgeving vereist waarin beleid eerst op een representatieve set devices wordt toegepast. Deze devices moeten uiteenlopende hardwareprofielen bevatten, zoals convertibles met fysieke sensors, thin clients zonder sensors en virtuele werkplekken in Windows 365. Door de maatregel gedurende meerdere werkdagen in deze omgeving te valideren, kunnen beheerders controleren of Edge foutloos omgaat met ontbrekende sensordata en of er geen onverwachte prompts of foutmeldingen ontstaan binnen zakelijke applicaties.
Naast technische randvoorwaarden spelen governance-aspecten een grote rol. De Functionaris Gegevensbescherming en privacy officers willen kunnen aantonen dat sensordata standaard wordt geweigerd en dat dit besluit is opgenomen in het privacy-by-design dossier. Daarom moeten beleidsdocumenten, waaronder het verwerkingsregister en de gegevensbeschermingseffectbeoordeling, verwijzen naar deze Edge-configuratie als organisatorische maatregel. Zonder die administratieve borging kan een auditor alsnog concluderen dat persoonsgegevens uit bewegingssensoren niet aantoonbaar zijn beschermd.
Ook het changeproces vormt een belangrijke voorwaarde. Er moet een Change Advisory Board-besluit liggen dat de blokkade goedkeurt, inclusief een rollbackplan waarin is beschreven hoe de standaardinstelling kan worden teruggezet wanneer onverwachte verstoringen optreden. Dit plan omvat het bewaren van een export van de oorspronkelijke Intune-policy, het definiëren van escalatiecontacten en het vastleggen van de communicatiesjablonen die naar eindgebruikers gaan wanneer het beleid wijzigt. Door de change vooraf te plannen blijft de doorlooptijd onder de afgesproken servicelevels.
Tot slot zijn meetbare acceptatiecriteria nodig om te bepalen of de uitrol gereed is voor productie. Minimaal moeten twintig representatieve apparaten aantonen dat het registerpad via Intune Reports of de Settings Catalog is gevuld met waarde 2, en moet een monitoringrapport laten zien dat Edge geen sensortoegang meer registreert. Pas wanneer deze voorwaarden zijn gehaald, mag de maatregel organisatiebreed worden geactiveerd. Deze combinatie van technische, organisatorische en juridische eisen zorgt ervoor dat de blokkade niet alleen werkt, maar ook aantoonbaar bijdraagt aan de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud.
Implementatie
Gebruik PowerShell-script sensors-blocked.ps1 (functie Invoke-Remediation) – PowerShell-script dat DefaultSensorsSetting overschrijft met waarde 2, prechecks uitvoert op beheerdersrechten en een JSON-rapport met compliancestatus terugschrijft naar het Intune logboek..
Begin de implementatie met het voorbereiden van het script sensors-blocked.ps1, dat zowel configuratie als verificatie bevat. Het script importeert de Edge-beleidssjabloon, schrijft waarde 2 naar DefaultSensorsSetting en genereert logbestanden met tijdstempels. Controleer in het PowerShell-runbook dat de juiste uitvoeringspolicy geldt en dat het script onder beheer draait zodat wijzigingen te herleiden zijn. Werk met een versiebeheerbranch waarin de parameterwaarden voor pilot, acceptatie en productie zijn vastgelegd.
Vervolgens publiceer je in Intune een Settings Catalog-profiel waarin de instelling Device Motion Sensor API op Blokkeren wordt gezet. Koppel het profiel aan dynamische groepen voor Windows-clients en gebruik filters om HoloLens- of Surface Hub-apparatuur uit te sluiten wanneer zij sensoren wel nodig hebben. Documenteer in dezelfde stap welk onderhoudsvenster wordt gebruikt zodat apparaten voldoende tijd hebben om de policy tijdens een herstart toe te passen. Het script kan na uitrol worden ingezet om te controleren of het register daadwerkelijk is bijgewerkt.
Voor hybride omgevingen waar groepsbeleid nog leidend is, maak je een GPO die de ADM/ADMX-instelling DefaultSensorsSetting configureert. Plaats de policy in een aparte organisatie-eenheid voor browsers zodat beheerders de maatregel eenvoudig kunnen traceren. Gebruik WMI-filters om Windows-versies te selecteren die de sensor-API ondersteunen en voorkom daarmee foutmeldingen op oudere builds. Test de replicatie via de Group Policy Results Wizard en leg de resultaten vast als auditbewijs.
Communicatie met eindgebruikers vormt een integraal onderdeel van de implementatie. Informeer medewerkers dat applicaties die gebruikmaken van bewegingssensoren niet langer werken in Edge en verwijs naar het formulier voor uitzonderingsaanvragen. Voeg aan de serviceportal een kort kennisartikel toe waarin wordt uitgelegd waarom sensordata privacygevoelig is en hoe de maatregel bescherming biedt tegen fingerprinting. Door verwachtingen te managen worden servicedeskverzoeken aanzienlijk verminderd.
Tijdens de pilotfase monitoren beheerders via Endpoint Analytics of devices fouten melden rond de component SensorInfo.dll. Wanneer waarschuwingen binnenkomen, worden ze gekoppeld aan het apparaat-ID en teruggekoppeld naar het projectteam. Gebruik het script om on-demand herconfiguraties uit te voeren op apparaten die niet compliant zijn. Het rapport dat het script genereert, bevat per apparaat het ingestelde beleid, de tijd van naleving en eventuele foutcodes zodat snelle remediatie mogelijk is.
Na de pilot volgt de gefaseerde productie-uitrol. Plan batches van maximaal vijfhonderd apparaten per nacht om netwerkbelasting te beperken. Gebruik Intune-filters om eerst werkgroepen met het hoogste privacyrisico, zoals juridische diensten en HR, te beschermen. Leg in het changeverslag vast hoeveel apparaten per batch succesvol zijn geconfigureerd en welke afwijkingen zijn geconstateerd. Alleen wanneer drie opeenvolgende batches zonder kritieke incidenten verlopen, mag het resterende apparaatpark in één keer worden meegenomen.
Sluit de implementatie af met een evaluatie waarin lessons learned worden vastgelegd. Controleer of alle documentatie, waaronder het technische ontwerp, het operationele runbook en de servicedeskprocedures, is bijgewerkt. Lever tot slot een managementrapport aan waarin de gerealiseerde voordelen worden beschreven, zoals een kleinere aanvalsvector en aantoonbare AVG-conformiteit. Deze afronding zorgt ervoor dat de maatregel duurzaam geborgd is binnen de beheerprocessen.
monitoring
Gebruik PowerShell-script sensors-blocked.ps1 (functie Invoke-Monitoring) – Monitoringfunctie die het register uitleest, Intune Device Configuration status vergelijkt en de uitkomst publiceert naar het centrale compliance-dashboard..
Het monitoringsproces begint met dagelijkse validatie van het Intune compliance-rapport voor het betreffende Settings Catalog-profiel. De rapportage toont per device of het beleid is toegepast en geeft foutcodes wanneer een apparaat offline was of een conflict detecteerde. Door deze gegevens te exporteren naar Log Analytics ontstaat een historisch overzicht dat laat zien of de blokkade stabiel actief blijft.
Het monitoringgedeelte van sensors-blocked.ps1 leest lokaal de waarde van DefaultSensorsSetting uit en vergelijkt die met de gewenste waarde. Wanneer afwijkingen worden gevonden, wordt automatisch een ticket aangemaakt in het ITSM-systeem met het apparaat-ID, de laatst bekende gebruiker en een timestamp zodat het servicedeskteam direct kan reageren. Deze automatische terugkoppeling voorkomt dat afwijkingen blijven bestaan.
Naast technische telemetrie is het belangrijk om gebruikersfeedback te verzamelen. Via het selfserviceportaal kunnen medewerkers aangeven of websites onverwacht gedrag vertonen. Deze signalen worden periodiek geanalyseerd om vast te stellen of er toch applicaties afhankelijk zijn van sensors en om te bepalen of een gecontroleerde uitzonderingsprocedure nodig is.
Security Operations ontvangt meldingen in Microsoft Defender for Endpoint wanneer scripts of websites proberen sensordata op te vragen en worden geweigerd. Hoewel deze waarschuwingen laag risico zijn, geven ze inzicht in welke webapplicaties sensors proberen te gebruiken. Door de events te correleren met netwerktrafiek kunnen verdachte scenario's, zoals malafide advertentienetwerken, sneller worden geïdentificeerd en geblokkeerd.
Voor auditoren is een maandelijkse compliance-snapshot vereist. Het monitoringteam genereert daarom een rapport waarin het percentage apparaten met waarde 2, het aantal uitzonderingen en de gemiddelde hersteltijd worden weergegeven. Dit rapport wordt opgeslagen in SharePoint en gekoppeld aan het privacy-by-design dossier zodat bewijsvoering telkens beschikbaar is.
Tenslotte is er een reviewproces waarin management en privacy officers elk kwartaal beoordelen of de maatregel nog steeds proportioneel is. Zij bekijken incidentstatistieken, gebruikerservaring en eventuele veranderingen in wetgeving. Wanneer nieuwe hardwaregolven worden uitgerold, wordt de monitoring tijdelijk opgeschaald om te controleren of fabrikanten de sensors standaard activeren. Op deze manier blijft de controle actueel en sluit hij aan op de risicoprofielen van de organisatie.
Om monitoring duurzaam te automatiseren wordt het script opgenomen in een Azure Automation-runbook met managed identity. Hierdoor draaien verificaties zonder opgeslagen referenties en kunnen resultaten rechtstreeks naar een Sentinel-workbook worden geschreven. Door alerts en dashboards uit dezelfde bron te laten voeden, ontstaat een enkele bron van waarheid die zowel operations, security als privacyteams kunnen raadplegen voor dagelijkse sturing.
Compliance en Auditing
Het blokkeren van sensoren in Edge ondersteunt rechtstreeks de CIS-benchmark voor Microsoft Edge waarin staat dat privacygevoelige API's standaard gedeactiveerd moeten worden. Door DefaultSensorsSetting op blokkeerstand te zetten voldoet de organisatie aan de aanbeveling om hardwarefingerprinting te minimaliseren. Dit is een belangrijke maatregel binnen het bredere programma voor beveiligingspositieverbetering en voorkomt dat auditors openstaande findings registreren.
Binnen de Algemene Verordening Gegevensbescherming geldt het beginsel van dataminimalisatie. Bewegingssensoren leveren persoonsgegevens op zodra zij gedrag of identiteit van een medewerker kunnen onthullen. Door de sensoren standaard te blokkeren en uitzonderingen te registreren, toont de organisatie aan dat zij alleen persoonsgegevens verwerkt wanneer dat strikt noodzakelijk is. Deze documentatie wordt toegevoegd aan het register van verwerkingsactiviteiten zodat toezichthouders kunnen zien welke technische maatregelen zijn genomen.
De Baseline Informatiebeveiliging Overheid, met name norm 11.01.01, verlangt dat toegang tot verwerkersgegevens wordt beperkt en dat alleen benodigde functionaliteit actief is. De sensorblokkade laat zien dat de organisatie dit principe toepast in de browserlaag. Door in het BIO-conformiteitsrapport te verwijzen naar het Intune-profiel en de monitoringresultaten ontstaat aantoonbare naleving.
NIS2 en ISO 27001 benadrukken dat organisaties technische maatregelen moeten treffen tegen gegevensverzameling die later voor gerichte aanvallen kan worden misbruikt. Bewegingssensoren leveren context die aanvallers helpt om gebruikersgedrag te modelleren of social-engineeringcampagnes te verfijnen. Het uitschakelen van deze bron en het vastleggen van de controle in procedures helpt organisaties om te laten zien dat zij risico's proactief reduceren en dat privacy onderdeel is van de secure-by-design aanpak.
Voor auditdoeleinden is het essentieel dat bewijsstukken beschikbaar zijn. Bewaar daarom exports van Intune-rapportages, screenshots van de Edge-instelling en logbestanden van het script in een centraal dossier. Combineer deze gegevens met het changeverzoek en de goedkeuring van de Chief Information Security Officer zodat de hele beslis- en uitvoeringsketen traceerbaar is. Tijdens een audit kunnen deze stukken direct worden overlegd.
Tot slot moeten compliance-teams periodiek toetsen of uitzonderingen nog geldig zijn. Zij verifiëren of applicaties die tijdelijk sensors nodig hadden inmiddels zijn gemoderniseerd of buiten gebruik zijn gesteld. Wanneer een uitzondering kan vervallen, wordt de blokkade automatisch hersteld en worden de dossiers bijgewerkt. Dit cyclische proces maakt duidelijk dat compliance geen eenmalige actie is maar een continu beheerproces.
Door leverancierscontracten en security-eisen op elkaar af te stemmen, wordt bovendien geborgd dat externe ontwikkelaars geen functionaliteit leveren die afhankelijk is van sensordata zonder voorafgaande goedkeuring. In raamovereenkomsten en DPIA-sjablonen is vastgelegd dat Edge-sensorblokkades de norm vormen. Hierdoor ontstaat consistentie tussen technische maatregelen en juridische afspraken, wat auditoren overtuigt dat de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud in de volledige keten wordt nageleefd.
Remediatie
Gebruik PowerShell-script sensors-blocked.ps1 (functie Invoke-Remediation) – Remediatiepad dat niet-conforme apparaten herconfigureert, het resultaat controleert en bij afwijkingen automatisch een escalatie naar het beheerteam stuurt..
Wanneer monitoring aantoont dat DefaultSensorsSetting op een apparaat niet de waarde 2 bevat, wordt het remediatiescript automatisch gestart. Het script verifieert eerst of de gebruiker lokaal beheerrechten heeft en schakelt deze tijdelijk uit zodat de wijziging niet ongedaan kan worden gemaakt. Vervolgens schrijft het script de juiste waarde naar het register en forceert het een Edge-policyrefresh.
Mocht het apparaat offline zijn, dan plant het systeem een taak in die de wijziging uitvoert zodra het apparaat weer verbinding maakt met het bedrijfsnetwerk. Hierdoor blijft de maatregel ook voor thuiswerkers effectief. De status van elke poging wordt teruggestuurd naar het centrale log, inclusief foutcodes en tijdstempels.
Na een succesvolle herconfiguratie voert het script een validatie uit via Microsoft Edge's policy viewer om te controleren of de browser de wijziging heeft opgepakt. De gebruiker ontvangt een notificatie in het actiecentrum waarin wordt uitgelegd dat de instelling is aangepast vanwege beveiligingsbeleid. Deze transparantie helpt om vertrouwen te behouden en vermindert het aantal servicedeskvragen.
Wanneer remediatie meerdere keren op hetzelfde apparaat nodig blijkt, escaleren beheerders de case naar het platformteam. Zij onderzoeken of er software aanwezig is die de instelling actief terugdraait of dat het apparaat buiten beheer valt. In uiterste gevallen kan het apparaat tijdelijk uit het netwerk worden gehaald totdat de afwijking is opgelost.
De laatste stap bestaat uit het bijwerken van de lessons learned-database. Elke remediatieactie wordt geëvalueerd op doorlooptijd, foutoorzaken en communicatie-effectiviteit. Deze inzichten worden verwerkt in toekomstige changes zodat het aantal afwijkingen structureel daalt en de sensorblokkade een blijvend onderdeel blijft van de Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud.
Daarnaast worden de resultaten gedeeld met het privacyteam en de CISO via een kort maandelijks overzicht. Hierin staat hoeveel apparaten een remediatie nodig hadden, welke oorzaken het vaakst voorkwamen en welke verbeteracties zijn ingepland. Door deze transparantie blijft duidelijk dat remediatie niet alleen een technische ingreep is, maar een integraal onderdeel vormt van beleidsnaleving en continue verbetering.
Compliance & Frameworks
- CIS M365: Control Edge Privacy (L2) - Sensors blokkeren
- BIO: 11.01.01 - Privacy bescherming
Automation
Gebruik het onderstaande PowerShell script om deze security control te monitoren en te implementeren. Het script bevat functies voor zowel monitoring (-Monitoring) als remediation (-Remediation).
Risico zonder implementatie
Management Samenvatting
Blokkeer sensor API toegang. Voorkomt fingerprinting via motion sensors. Implementatie: 30 minuten.
- Implementatietijd: 0.75 uur
- FTE required: 0.01 FTE