💼 Management Samenvatting
Schakel ClickOnce uit omdat het een gedeprecieerde technologie is met bekende beveiligingsrisico's die niet meer wordt aanbevolen voor moderne applicatie deployment.
ClickOnce vertegenwoordigt een verouderde .NET applicatie deployment technologie die oorspronkelijk werd ontwikkeld in het midden van de jaren 2000 om het distribueren van Windows-applicaties via webbrowsers te vereenvoudigen. Hoewel deze technologie destijds innovatief was, heeft de cybersecurity-landschap zich aanzienlijk ontwikkeld en zijn de beveiligingsrisico's die inherent zijn aan ClickOnce inmiddels onacceptabel geworden voor moderne organisaties, met name voor Nederlandse overheidsorganisaties die moeten voldoen aan strikte beveiligingsstandaarden. ClickOnce stelt gebruikers in staat om direct executables te downloaden en te installeren via de browser met minimale beveiligingsprompts, wat een significant beveiligingsrisico vormt omdat kwaadaardige code kan worden gedistribueerd zonder adequate verificatie of controle. De technologie bevat bekende beveiligingskwetsbaarheden die niet meer worden gepatcht door Microsoft, omdat ClickOnce officieel is gedeprecieerd en niet langer wordt ondersteund in moderne ontwikkelomgevingen. Moderne alternatieven zoals MSIX, Microsoft Store, of Intune app deployment bieden superieure beveiligingscontroles, betere code signing verificatie, en geavanceerde deployment management mogelijkheden die essentieel zijn voor het beschermen van organisatorische assets. ClickOnce moet daarom worden uitgeschakeld tenzij er een absolute zakelijke noodzaak bestaat die niet kan worden opgelost door migratie naar moderne deployment technologieën.
Connection:
N/ARequired Modules:
Implementatie
Deze control configureert het ClickOnceEnabled-beleid in Microsoft Edge via het Windows-register, waarbij de registry-waarde HKLM:\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge\ClickOnceEnabled expliciet wordt ingesteld op 0 (DWORD) om ClickOnce functionaliteit volledig uit te schakelen. Wanneer deze configuratie is toegepast, blokkeert Microsoft Edge alle ClickOnce applicatie launches en voorkomt het dat gebruikers ClickOnce-gebaseerde applicaties kunnen downloaden of uitvoeren via de browser. Deze configuratie zorgt ervoor dat organisaties beschermd zijn tegen de beveiligingsrisico's die inherent zijn aan ClickOnce technologie, terwijl het tegelijkertijd gebruikers en applicatiebeheerders aanmoedigt om te migreren naar moderne, veiligere deployment methoden. De implementatie kan worden uitgevoerd via Microsoft Intune device configuratiebeleidsregels, Group Policy Objects, of geautomatiseerde PowerShell scripts, afhankelijk van de organisatorische voorkeur en bestaande beheerinfrastructuur.
Vereisten
Voordat organisaties ClickOnce uitschakelen in Microsoft Edge, moeten zij een grondige voorbereiding uitvoeren om te waarborgen dat de implementatie succesvol verloopt zonder onbedoelde impact op kritieke bedrijfsprocessen of gebruikersproductiviteit. De implementatie van deze beveiligingsmaatregel vereist niet alleen technische voorbereiding, maar ook een strategische aanpak die rekening houdt met het volledige applicatielandschap, bestaande ClickOnce-gebaseerde applicaties, en mogelijke migratie-uitdagingen. De primaire technische vereiste is de aanwezigheid van Microsoft Edge op alle werkstations en servers binnen de organisatie waar ClickOnce momenteel mogelijk is geactiveerd. Organisaties moeten eerst een uitgebreide inventarisatie uitvoeren van alle applicaties die momenteel ClickOnce gebruiken voor deployment, omdat het uitschakelen van ClickOnce deze applicaties zal blokkeren en gebruikers niet langer in staat zullen zijn om deze applicaties te gebruiken. Deze inventarisatie moet worden uitgevoerd door het analyseren van applicatie-inventarissen, het raadplegen van applicatiebeheerders en ontwikkelaars, en het monitoren van netwerkverkeer om ClickOnce downloads te identificeren. De inventarisatie moet gedetailleerde informatie bevatten over welke applicaties ClickOnce gebruiken, welke gebruikers of afdelingen afhankelijk zijn van deze applicaties, de kritiekheid van deze applicaties voor bedrijfsprocessen, en de frequentie waarmee deze applicaties worden gebruikt. Voor organisaties die nog ClickOnce-gebaseerde applicaties gebruiken, is het essentieel dat een migratieplan wordt ontwikkeld voordat ClickOnce wordt uitgeschakeld. Dit migratieplan moet een tijdlijn bevatten voor het migreren van applicaties naar moderne deployment methoden zoals MSIX, Microsoft Store, of Intune app deployment. Het plan moet ook alternatieve oplossingen identificeren voor applicaties die niet onmiddellijk kunnen worden gemigreerd, zoals het gebruik van directe installatie methoden of het isoleren van deze applicaties in beveiligde omgevingen. Organisaties moeten samenwerken met applicatie-eigenaren, ontwikkelaars, en gebruikers om te zorgen dat migraties soepel verlopen en dat gebruikers adequate training en ondersteuning ontvangen tijdens de transitieperiode. Beheerdersrechten vormen een kritieke vereiste voor de implementatie, ongeacht of de organisatie kiest voor Group Policy Objects (GPO), Microsoft Intune, of handmatige registerconfiguratie. Voor GPO-implementaties moeten beheerders toegang hebben tot de Group Policy Management Console en de mogelijkheid om beleidsregels te koppelen aan de juiste organisatorische eenheden. Bij Intune-implementaties zijn Global Administrator of Intune Administrator rollen vereist, evenals de juiste licentieconfiguratie voor alle betrokken gebruikers en apparaten. Organisaties die kiezen voor geautomatiseerde PowerShell-script implementatie moeten ervoor zorgen dat scripts worden uitgevoerd met lokale administratorrechten op alle doelapparaten. Een van de meest cruciale vereisten is het uitvoeren van een uitgebreide impactanalyse voordat ClickOnce wordt uitgeschakeld op productiesystemen. Deze analyse moet identificeren welke gebruikers, afdelingen, of bedrijfsprocessen mogelijk worden beïnvloed door het uitschakelen van ClickOnce, en moet schattingen bevatten van de potentiële impact op productiviteit en bedrijfscontinuïteit. Organisaties moeten een representatieve testgroep samenstellen die verschillende applicaties, gebruikersrollen en gebruikspatronen omvat, en moeten testen uitvoeren om te verifiëren dat alternatieve deployment methoden correct functioneren voordat ClickOnce wordt uitgeschakeld. Tijdens de testfase moeten beheerders nauwlettend monitoren op applicatiefouten, gebruikersklachten, en eventuele problemen die kunnen wijzen op onvoldoende voorbereiding. Het ontwikkelen van een gefaseerd implementatieplan is essentieel om risico's te minimaliseren en problemen vroegtijdig te identificeren. Dit plan moet niet alleen technische implementatiestappen beschrijven, maar ook tijdlijnen, rollback-procedures, communicatiestrategieën en ondersteuningsprocessen bevatten. Organisaties moeten beginnen met een beperkte pilotgroep die representatief is voor de volledige organisatie, gevolgd door geleidelijke uitbreiding naar grotere gebruikersgroepen. Elke fase moet worden geëvalueerd voordat de volgende fase begint, waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan gebruikerservaring, applicatiefunctionaliteit, en beveiligingsverbeteringen. Daarnaast moeten organisaties rekening houden met de impact op gebruikerservaring en communicatie. Gebruikers moeten worden geïnformeerd over de wijzigingen, de redenen achter de wijzigingen, en wat zij kunnen verwachten tijdens de transitieperiode. Applicatiebeheerders moeten worden betrokken bij het planningsproces om te zorgen dat applicaties correct functioneren en dat gebruikers adequate training en ondersteuning ontvangen tijdens de transitieperiode. Helpdesk teams moeten worden getraind om problemen te herkennen die mogelijk verband houden met ClickOnce uitschakeling en om gebruikers te begeleiden bij het oplossen van eventuele problemen.
Implementatie
De implementatie van ClickOnce uitschakeling in Microsoft Edge kan worden uitgevoerd via verschillende methoden, elk met specifieke voordelen en overwegingen. De keuze tussen automatische script-gebaseerde implementatie, handmatige configuratie via beheerplatforms, of een hybride aanpak hangt af van de organisatorische behoeften, de schaal van de omgeving, de beschikbare expertise binnen het IT-team, en de bestaande beheerinfrastructuur. Voor organisaties die automatisering en consistentie prioriteren, biedt het PowerShell script clickonce-disabled.ps1 een robuuste oplossing voor zowel implementatie als monitoring. Het script voert de Invoke-Remediation functie uit, die automatisch de benodigde register-wijzigingen aanbrengt op alle doelapparaten door de registry-waarde HKLM:\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge\ClickOnceEnabled in te stellen op 0 (DWORD). Deze aanpak is bijzonder geschikt voor grote omgevingen met honderden of duizenden werkstations, omdat het handmatige configuratiefouten elimineert en een gestandaardiseerde implementatie garandeert. Het script kan worden geïntegreerd in bestaande implementatie-tools zoals Microsoft Endpoint Configuration Manager (SCCM), Group Policy startup scripts, of Intune Proactive Remediations, waardoor het naadloos past in moderne IT-beheerprocessen. Het script bevat ook uitgebreide foutafhandeling en logging, wat helpt bij het identificeren en oplossen van problemen tijdens de implementatie. Voor organisaties die de voorkeur geven aan een visuele, gecentraliseerde aanpak via Microsoft Intune, biedt de handmatige implementatie via het Intune admin center meer controle en zichtbaarheid tijdens het implementatieproces. De implementatie begint met navigatie naar het Microsoft Intune admin center, waar beheerders toegang hebben tot de volledige suite van apparaatbeheer-tools. Vanuit de hoofdnavigatie selecteren beheerders Devices, gevolgd door Configuration profiles, waar nieuwe beleidsprofielen kunnen worden aangemaakt en beheerd. Bij het aanmaken van een nieuw profiel selecteren beheerders Windows 10 en later als platform, wat ervoor zorgt dat het beleid compatibel is met alle moderne Windows-versies. Het profieltype moet worden ingesteld op Templates, gevolgd door Administrative Templates, wat toegang geeft tot de uitgebreide bibliotheek van Microsoft Edge-beleidsregels. Binnen deze bibliotheek navigeren beheerders naar de Microsoft Edge-sectie, waar het ClickOnceEnabled-beleid zich bevindt. Dit beleid moet expliciet worden ingesteld op Disabled, wat overeenkomt met de register-waarde 0 (DWORD). Deze configuratie zorgt ervoor dat Edge ClickOnce functionaliteit volledig uitschakelt, waardoor alle ClickOnce applicatie launches worden geblokkeerd. Voor organisaties die Group Policy Objects (GPO) gebruiken als primair beheerplatform, kan ClickOnce uitschakeling worden geconfigureerd via de Group Policy Management Console. Beheerders navigeren naar de gewenste organisatorische eenheid, maken een nieuwe Group Policy Object aan of bewerken een bestaand object, en navigeren naar Computer Configuration > Administrative Templates > Microsoft Edge. Binnen deze sectie vinden beheerders het ClickOnceEnabled-beleid, dat moet worden ingesteld op Disabled. Deze configuratie wordt vervolgens automatisch toegepast op alle computers binnen de organisatorische eenheid wanneer de Group Policy wordt verwerkt, wat typisch gebeurt tijdens het opstarten van de computer of wanneer de gpupdate /force opdracht wordt uitgevoerd. Voordat het beleid wordt toegewezen aan alle gebruikersgroepen, is uitgebreide testen essentieel om te voorkomen dat kritieke bedrijfsprocessen worden verstoord. Organisaties moeten een testgroep samenstellen die representatief is voor de volledige gebruikerspopulatie, inclusief gebruikers met verschillende rollen, applicaties en netwerklocaties. Tijdens de testfase moeten beheerders nauwlettend monitoren op applicatiefouten, gebruikersklachten en eventuele problemen die kunnen wijzen op onvoldoende voorbereiding. ClickOnce-gebaseerde applicaties die nog in gebruik zijn moeten worden geïdentificeerd en geëvalueerd op hun vermogen om te functioneren met alternatieve deployment methoden. Als applicaties problemen ondervinden, moeten oplossingen worden ontwikkeld of migratieplannen worden uitgevoerd voordat de brede uitrol plaatsvindt. Na succesvolle testen wordt het profiel toegewezen aan alle relevante gebruikersgroepen via de Assignment-sectie van het Intune-profiel of via Group Policy koppeling aan organisatorische eenheden. Organisaties kunnen kiezen voor een gefaseerde uitrol, waarbij het beleid eerst wordt toegewezen aan een beperkte groep gebruikers, gevolgd door geleidelijke uitbreiding naar de volledige organisatie. Deze aanpak minimaliseert risico's en stelt beheerders in staat om eventuele problemen snel te identificeren en op te lossen voordat ze wijdverspreid worden. Tijdens elke fase moeten beheerders monitoring uitvoeren om te verifiëren dat ClickOnce correct is uitgeschakeld en dat er geen onbedoelde negatieve impact is op gebruikersproductiviteit of applicatiefunctionaliteit. Een kritiek onderdeel van de implementatie is het migreren van bestaande ClickOnce-gebaseerde applicaties naar moderne deployment methoden. Organisaties moeten samenwerken met applicatie-eigenaren en ontwikkelaars om applicaties te migreren naar MSIX, Microsoft Store, of Intune app deployment. MSIX biedt moderne packaging technologie met verbeterde beveiliging, betere isolatie, en geavanceerde deployment management. Microsoft Store biedt een gecentraliseerde distributie methode met automatische updates en code signing verificatie. Intune app deployment biedt enterprise-grade app management met geavanceerde deployment policies en compliance monitoring. De migratie moet worden uitgevoerd volgens het ontwikkelde migratieplan, waarbij prioriteit wordt gegeven aan kritieke applicaties en applicaties met hoge gebruiksfrequentie. Tijdens de migratie moeten organisaties zorgen dat gebruikers adequate training en ondersteuning ontvangen, en dat applicaties correct functioneren met de nieuwe deployment methoden voordat ClickOnce wordt uitgeschakeld. Tijdens de implementatie moeten organisaties verschillende belangrijke overwegingen in acht nemen. Het identificeren van ClickOnce-gebaseerde applicaties is een continu proces dat niet eindigt bij de initiële inventarisatie. Beheerders moeten regelmatig applicatie-inventarissen bijwerken en nieuwe applicaties evalueren op hun gebruik van ClickOnce. Voor applicaties die nog niet kunnen worden gemigreerd, moeten organisaties tijdelijke uitzonderingen overwegen, maar deze moeten worden beperkt tot gevallen waar migratie niet onmiddellijk mogelijk is en moeten worden gedocumenteerd met duidelijke zakelijke rechtvaardigingen. Communicatie naar gebruikers en applicatiebeheerders is cruciaal voor een succesvolle implementatie. Gebruikers moeten worden geïnformeerd over de wijzigingen, de redenen achter de wijzigingen, en wat zij kunnen verwachten tijdens de transitieperiode. Applicatiebeheerders moeten worden betrokken bij het planningsproces en moeten worden voorzien van adequate documentatie en ondersteuning om ervoor te zorgen dat hun applicaties correct functioneren met alternatieve deployment methoden.
Gebruik PowerShell-script clickonce-disabled.ps1 (functie Invoke-Remediation) – Script voor uitschakeling ClickOnce.
Monitoring
Effectieve monitoring van ClickOnce uitschakeling in Microsoft Edge vereist een veelzijdige aanpak die verder gaat dan alleen het verifiëren van register-instellingen. Organisaties moeten een uitgebreid monitoringprogramma implementeren dat niet alleen de technische configuratie bewaakt, maar ook de impact op gebruikers, applicaties en beveiligingspostuur evalueert, en eventuele problemen of compatibiliteitsuitdagingen vroegtijdig identificeert. Het PowerShell monitoring script clickonce-disabled.ps1 biedt geautomatiseerde verificatie van de ClickOnce uitschakeling configuratie via de Invoke-Monitoring functie. Dit script controleert systematisch of ClickOnce correct is uitgeschakeld op alle doelapparaten door te verifiëren dat de registry-waarde HKLM:\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge\ClickOnceEnabled is ingesteld op 0 (DWORD). Deze verificatie is essentieel voor compliance-verificatie en beveiligingsaudit, omdat het beheerders inzicht geeft in de compliance-status van de organisatie. Het script kan worden geconfigureerd om regelmatig te draaien, bijvoorbeeld dagelijks of wekelijks, en genereert rapporten die beheerders helpen bij het identificeren van niet-conforme systemen en het volgen van de algehele implementatiestatus. De primaire register-waarde die moet worden gemonitord bevindt zich in het pad HKLM:\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge, waar de waarde ClickOnceEnabled moet zijn ingesteld op 0 (DWORD) om ClickOnce functionaliteit uit te schakelen. Deze register-waarde kan worden gecontroleerd via verschillende methoden, waaronder PowerShell scripts, Group Policy reporting tools, Intune compliance policies, of gecentraliseerde configuratiebeheer-oplossingen. Organisaties moeten ervoor zorgen dat deze waarde consistent is geconfigureerd op alle werkstations en servers, omdat zelfs een enkele niet-conforme machine een beveiligingsrisico kan vormen en de algehele beveiligingspostuur van de organisatie kan verzwakken. Naast het monitoren van de register-configuratie, moeten organisaties de daadwerkelijke functionaliteit van ClickOnce uitschakeling verifiëren om te zorgen dat de beveiligingsmaatregel correct werkt. Organisaties moeten regelmatig testen uitvoeren om te verifiëren dat ClickOnce applicatie launches daadwerkelijk worden geblokkeerd en dat gebruikers niet in staat zijn om ClickOnce-gebaseerde applicaties te downloaden of uitvoeren via Edge. Dit kan worden gedaan door het testen van specifieke scenario's waarbij ClickOnce applicaties worden geprobeerd te starten, of door het analyseren van Edge-logbestanden die informatie bevatten over geblokkeerde ClickOnce activiteit. Microsoft Edge genereert specifieke logbestanden die informatie bevatten over ClickOnce activiteit en eventuele pogingen om ClickOnce applicaties te starten. Deze logs kunnen worden geanalyseerd om inzicht te krijgen in hoe ClickOnce uitschakeling functioneert, welke gebruikers of applicaties mogelijk problemen ondervinden, en of er pogingen zijn om ClickOnce te omzeilen. De Edge-logbestanden bevinden zich typisch in de gebruikersprofielmap onder AppData\Local\Microsoft\Edge\User Data, en bevatten gedetailleerde informatie over geblokkeerde ClickOnce activiteit, eventuele fouten of waarschuwingen, en gebruikersinteracties. Organisaties kunnen deze logs verzamelen en analyseren via gecentraliseerde logbeheer-tools zoals Azure Sentinel, Splunk, of andere Security Information and Event Management (SIEM) oplossingen, waardoor beheerders een centraal overzicht krijgen van ClickOnce activiteit across de hele organisatie. Het monitoren van gebruikerservaring en applicatiefunctionaliteit is een kritiek onderdeel van het monitoringprogramma, omdat het uitschakelen van ClickOnce in sommige gevallen kan leiden tot problemen voor gebruikers die nog afhankelijk zijn van ClickOnce-gebaseerde applicaties. Organisaties moeten gebruikersfeedback verzamelen via helpdesk tickets, gebruikersenquêtes, en directe communicatie met gebruikersgroepen. Deze feedback kan worden gebruikt om problemen vroegtijdig te identificeren, gebruikers te ondersteunen tijdens de transitieperiode, en om te verifiëren dat ClickOnce uitschakeling geen significante negatieve impact heeft op productiviteit. Helpdesk teams moeten worden getraind om problemen te herkennen die mogelijk verband houden met ClickOnce uitschakeling en om gebruikers te begeleiden naar alternatieve deployment methoden of tijdelijke workarounds waar mogelijk. Geavanceerde monitoringoplossingen kunnen ook netwerkverkeer en browseractiviteit analyseren om inzicht te krijgen in hoe ClickOnce uitschakeling de beveiligingspostuur van de organisatie beïnvloedt. Netwerkmonitoring tools kunnen helpen bij het identificeren van pogingen om ClickOnce applicaties te downloaden of uitvoeren, wat aanvullende inzichten biedt in de effectiviteit van de beveiligingsmaatregel. Browseractiviteit monitoring kan helpen bij het identificeren van gebruikers die mogelijk problemen ondervinden met ClickOnce uitschakeling, waardoor beheerders proactief kunnen reageren op compatibiliteitsuitdagingen voordat ze significante problemen veroorzaken. Compliance monitoring is een ander belangrijk aspect van het monitoringprogramma. Organisaties moeten regelmatig compliance-rapporten genereren die aantonen dat ClickOnce correct is uitgeschakeld op alle apparaten. Deze rapporten zijn essentieel voor audits, zowel intern als extern, en helpen organisaties om te voldoen aan verschillende compliance-frameworks zoals CIS Benchmarks, ISO 27001, en BIO-normen. De rapporten moeten gedetailleerde informatie bevatten over de configuratiestatus van alle apparaten, eventuele uitzonderingen, en de rechtvaardiging voor deze uitzonderingen. Organisaties moeten ervoor zorgen dat deze rapporten regelmatig worden bijgewerkt en beschikbaar zijn voor auditors en andere belanghebbenden. Het monitoren van applicatiemigraties is ook een belangrijk onderdeel van het monitoringprogramma, omdat organisaties moeten kunnen aantonen dat ClickOnce-gebaseerde applicaties worden gemigreerd naar moderne deployment methoden. Organisaties moeten een register bijhouden van alle applicaties die zijn gemigreerd, applicaties die nog in migratie zijn, en applicaties die uitzonderingen hebben gekregen. Dit register moet regelmatig worden herzien om te bepalen of migraties volgens planning verlopen en of uitzonderingen nog steeds noodzakelijk zijn. Het register helpt ook bij het identificeren van patronen of terugkerende problemen die kunnen wijzen op onderliggende migratie-uitdagingen die moeten worden aangepakt.
Gebruik PowerShell-script clickonce-disabled.ps1 (functie Invoke-Monitoring) – Controleert of ClickOnce correct is uitgeschakeld.
Compliance en Auditing
Het uitschakelen van ClickOnce in Microsoft Edge is een kritieke beveiligingsmaatregel die direct bijdraagt aan naleving van meerdere belangrijke cybersecurity frameworks en normen. Organisaties in de Nederlandse publieke sector moeten voldoen aan verschillende compliance-vereisten, en deze control helpt bij het realiseren van deze doelen door verouderde en onveilige technologieën te elimineren en te vervangen door moderne, veiligere alternatieven. De CIS Microsoft Edge Benchmark specificeert expliciet dat ClickOnce moet worden uitgeschakeld als onderdeel van een uitgebreide browserbeveiligingsstrategie. De Center for Internet Security (CIS) ontwikkelt deze benchmarks op basis van beste praktijken van beveiligingsexperts wereldwijd, en naleving van deze benchmarks wordt algemeen erkend als een indicator van sterke cybersecurity-hygiëne. ClickOnce vertegenwoordigt een verouderde technologie met bekende beveiligingskwetsbaarheden die niet meer worden gepatcht, en het uitschakelen van deze technologie is essentieel voor het verminderen van het aanvalsoppervlak van de organisatie. Organisaties die de CIS benchmarks volgen, demonstreren hun commitment aan beproefde beveiligingspraktijken en kunnen deze naleving gebruiken als bewijs van zorgvuldigheid bij beveiligingsaudits en risico-assessments. Binnen het Nederlandse Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) framework, dat de standaard vormt voor informatiebeveiliging in de Nederlandse publieke sector, adresseert control 12.06.01 de noodzaak voor het beperken van verouderde technologieën. ClickOnce voldoet aan de definitie van verouderde technologie omdat het officieel is gedeprecieerd door Microsoft, niet langer wordt ondersteund in moderne ontwikkelomgevingen, en bekende beveiligingskwetsbaarheden bevat die niet meer worden gepatcht. Door ClickOnce uit te schakelen, voldoen organisaties aan de BIO-vereisten voor het beperken van verouderde technologieën en demonstreren zij hun commitment aan het gebruik van moderne, ondersteunde technologieën die adequate beveiligingsupdates ontvangen. De ISO 27001 standaard, die de internationale norm vormt voor informatiebeveiligingsmanagementsystemen, bevat meerdere controls die relevant zijn voor ClickOnce uitschakeling. Control A.12.6.1 richt zich op technisch kwetsbaarheidsbeheer, waarbij organisaties moeten zorgen dat technische kwetsbaarheden worden geïdentificeerd, geëvalueerd en aangepakt. ClickOnce bevat bekende beveiligingskwetsbaarheden die niet meer worden gepatcht, en het uitschakelen van deze technologie is een concrete maatregel om deze kwetsbaarheden te adresseren. Deze maatregel draagt ook bij aan control A.12.2.1, die zich richt op beveiligingscontroles voor mobiele apparaten en endpoints, omdat werkstations met Edge browsers worden beschermd tegen de beveiligingsrisico's die inherent zijn aan ClickOnce technologie. De Network and Information Systems Directive 2 (NIS2), die van toepassing is op essentiële en belangrijke entiteiten in de Europese Unie, bevat in Artikel 21 specifieke vereisten voor beveiligingsmaatregelen. Deze vereisten stellen dat organisaties passende technische en organisatorische maatregelen moeten nemen om de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen te waarborgen. Het uitschakelen van verouderde en onveilige technologieën zoals ClickOnce vormt een concrete technische maatregel die helpt bij het beschermen van endpoints tegen bekende beveiligingsrisico's, en het uitschakelen van deze functie is daarom essentieel voor NIS2-naleving. Nederlandse organisaties die onder de NIS2-richtlijn vallen, moeten kunnen aantonen dat zij moderne, ondersteunde technologieën gebruiken en dat verouderde technologieën met bekende beveiligingsrisico's worden uitgefaseerd. Voor auditing doeleinden moeten organisaties kunnen aantonen dat ClickOnce correct is uitgeschakeld op alle relevante systemen en dat ClickOnce-gebaseerde applicaties worden gemigreerd naar moderne deployment methoden. Dit vereist uitgebreide documentatie, inclusief screenshots van Intune-beleidsconfiguraties of Group Policy instellingen, exports van registry-instellingen, compliance-rapporten van monitoring scripts, gedocumenteerde applicatiemigraties, en gedocumenteerde uitzonderingen met zakelijke rechtvaardigingen. Auditors zullen deze documentatie gebruiken om te verifiëren dat de organisatie voldoet aan de verschillende compliance-vereisten en dat er adequate controles zijn geïmplementeerd om verouderde technologieën te beperken. Organisaties moeten ervoor zorgen dat deze documentatie bijgewerkt blijft en regelmatig wordt herzien om te reflecteren op wijzigingen in de omgeving of nieuwe compliance-vereisten. Naast formele compliance-vereisten, draagt het uitschakelen van ClickOnce ook bij aan het voldoen aan algemene cybersecurity beste praktijken en het verminderen van het algehele aanvalsoppervlak van de organisatie. Door verouderde technologieën uit te schakelen en te migreren naar moderne, veiligere alternatieven, verbeteren organisaties niet alleen hun beveiligingspostuur, maar ook hun vermogen om te voldoen aan toekomstige compliance-vereisten en aan veranderende bedreigingslandschappen. Deze proactieve aanpak helpt organisaties om voorbereid te zijn op nieuwe regelgeving en beveiligingsstandaarden die in de toekomst kunnen worden geïntroduceerd, en positioneert hen als leiders op het gebied van cybersecurity binnen de Nederlandse publieke sector.
Remediatie
Wanneer monitoring tools of compliance checks niet-conforme systemen detecteren waar ClickOnce nog niet is uitgeschakeld, of wanneer gebruikers problemen melden na de implementatie, moeten organisaties een gestructureerd remediatieproces volgen om deze problemen snel en effectief op te lossen. Het remediatieproces moet niet alleen gericht zijn op het herstellen van de technische configuratie, maar ook op het identificeren en aanpakken van onderliggende oorzaken om te voorkomen dat problemen zich herhalen. Voor systemen waar de ClickOnce uitschakeling configuratie niet correct is ingesteld, biedt het PowerShell remediatie script clickonce-disabled.ps1 een geautomatiseerde oplossing via de Invoke-Remediation functie. Dit script kan worden uitgevoerd op niet-conforme systemen om automatisch de benodigde register-wijzigingen aan te brengen en ClickOnce uit te schakelen door de registry-waarde HKLM:\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge\ClickOnceEnabled in te stellen op 0 (DWORD). Het script is bijzonder effectief wanneer het wordt geïntegreerd in geautomatiseerde remediatie-workflows, zoals Intune Proactive Remediations of Configuration Manager compliance baselines, waardoor niet-conforme systemen automatisch worden hersteld zonder handmatige interventie. Dit vermindert niet alleen de werklast voor beheerders, maar zorgt ook voor snellere remediatie en een hogere algehele compliance-rate. Het remediatieproces begint met de identificatie van de oorzaak van de niet-conformiteit. In sommige gevallen kan de register-waarde onbedoeld zijn gewijzigd door gebruikers, software-installaties, of andere beheerprocessen. In andere gevallen kan de configuratie nooit correct zijn toegepast, bijvoorbeeld door Group Policy processing problemen, Intune synchronisatiefouten, of problemen met script-uitvoering. Beheerders moeten de onderliggende oorzaak identificeren voordat remediatie wordt uitgevoerd, om te voorkomen dat het probleem zich herhaalt. Dit kan worden gedaan door het analyseren van event logs, Group Policy resultaten, Intune synchronisatiestatus, of andere relevante logbestanden die informatie bevatten over waarom de configuratie niet correct is toegepast. Voor gebruikers die problemen melden omdat zij nog afhankelijk zijn van ClickOnce-gebaseerde applicaties, moet de remediatie zich richten op het identificeren van de specifieke applicaties en het ontwikkelen van passende oplossingen. Dit proces vereist samenwerking tussen verschillende teams, waaronder applicatie-eigenaren, ontwikkelaars, en identiteitsbeheer-teams. De eerste stap is het evalueren van de applicatie om te bepalen of deze kan worden gemigreerd naar moderne deployment methoden zoals MSIX, Microsoft Store, of Intune app deployment. Veel applicaties kunnen worden bijgewerkt naar versies die volledig compatibel zijn met moderne deployment methoden, of kunnen worden geconfigureerd om correct te functioneren met alternatieve deployment technologieën. Wanneer applicaties niet onmiddellijk kunnen worden gemigreerd of geconfigureerd om compatibel te zijn met moderne deployment methoden, kunnen organisaties tijdelijke uitzonderingen overwegen voor specifieke scenario's. Deze uitzonderingen moeten echter met uiterste voorzichtigheid worden gebruikt en moeten worden beperkt tot gevallen waar migratie of bijwerking niet onmiddellijk mogelijk is. Elke uitzondering moet worden gedocumenteerd met een duidelijke zakelijke rechtvaardiging die uitlegt waarom ClickOnce nog nodig is, welke alternatieve beveiligingsmaatregelen zijn geïmplementeerd om het risico te beperken, en een concrete tijdlijn voor volledige migratie. Uitzonderingen moeten regelmatig worden herzien om te bepalen of ze nog steeds noodzakelijk zijn, en moeten worden geëscaleerd naar leidinggevenden voor herbeoordeling als ze langer dan een bepaalde periode actief blijven. Documentatie van uitzonderingen en remediatie-acties is essentieel voor compliance en auditing doeleinden. Organisaties moeten een gecentraliseerd register bijhouden van alle uitzonderingen en remediatie-acties, inclusief de specifieke applicaties of systemen die zijn betrokken, de redenen voor de uitzondering of het probleem, de genomen acties, en de verantwoordelijke persoon of team. Dit register moet regelmatig worden herzien om te bepalen of uitzonderingen nog steeds noodzakelijk zijn, en om ervoor te zorgen dat remediatieplannen worden uitgevoerd volgens planning. Het register helpt ook bij het identificeren van patronen of terugkerende problemen die kunnen wijzen op onderliggende configuratie- of procesproblemen die moeten worden aangepakt. Voor verouderde applicaties die niet compatibel zijn met moderne deployment methoden en niet kunnen worden bijgewerkt, moeten organisaties een uitfaseringplan ontwikkelen. Dit plan moet een tijdlijn bevatten voor het uitfaseren van de applicatie, alternatieve oplossingen voor de functionaliteit die de applicatie biedt, en een migratieplan voor gebruikers en data. Uitfasering kan verschillende vormen aannemen, waaronder volledige vervanging door moderne alternatieven die compatibel zijn met moderne deployment methoden, migratie naar cloud-gebaseerde versies die moderne browserbeveiliging ondersteunen, of isolatie van de applicatie in een beveiligde omgeving met aanvullende beveiligingscontroles. Het uitfaseringplan moet worden goedgekeurd door relevante belanghebbenden en moet regelmatig worden geëvalueerd om te zorgen dat het volgens planning verloopt. Het remediatieproces moet ook rekening houden met gebruikerservaring en communicatie. Wanneer problemen optreden, moeten gebruikers snel worden geïnformeerd over de oorzaak van het probleem en de verwachte oplossingstijd. Helpdesk teams moeten worden getraind om ClickOnce gerelateerde problemen te herkennen en gebruikers te begeleiden naar alternatieve oplossingen of tijdelijke workarounds waar mogelijk. Regelmatige statusupdates en duidelijke communicatie helpen om gebruikersfrustratie te minimaliseren en vertrouwen te behouden in het IT-team. Gebruikers moeten ook worden geïnformeerd over de beveiligingsvoordelen van ClickOnce uitschakeling, zodat zij begrijpen waarom deze maatregel belangrijk is, zelfs als het in sommige gevallen kan leiden tot tijdelijke uitdagingen. Na remediatie moeten organisaties verificatie uitvoeren om te bevestigen dat het probleem is opgelost en dat de configuratie correct is toegepast. Dit omvat het opnieuw uitvoeren van compliance checks, het monitoren van Edge-logbestanden voor verdere problemen, en het verzamelen van gebruikersfeedback om te verifiëren dat de oplossing effectief is. Het remediatieproces moet worden gedocumenteerd voor toekomstige referentie en om te helpen bij het identificeren van patronen of terugkerende problemen die kunnen wijzen op onderliggende configuratie- of procesproblemen. Deze documentatie kan ook worden gebruikt om best practices te ontwikkelen en om toekomstige implementaties te verbeteren.
Gebruik PowerShell-script clickonce-disabled.ps1 (functie Invoke-Remediation) – Automatische remediatie voor ClickOnce uitschakeling configuratie.
Compliance & Frameworks
- CIS M365: Control Edge Security (L2) - ClickOnce uitschakelen
- BIO: 12.06.01 - Legacy technology beperking
Automation
Gebruik het onderstaande PowerShell script om deze security control te monitoren en te implementeren. Het script bevat functies voor zowel monitoring (-Monitoring) als remediation (-Remediation).
Risico zonder implementatie
Management Samenvatting
Schakel ClickOnce uit. Legacy technologie met security risks. Migreer apps naar modern deployment. Implementatie: 1-3 uur inclusief app migration planning.
- Implementatietijd: 3 uur
- FTE required: 0.02 FTE