💼 Management Samenvatting
Renderer Code Integrity is een kritieke beveiligingsfunctie in Microsoft Edge die ervoor zorgt dat alleen geverifieerde en ondertekende code kan worden uitgevoerd in de renderer-processen van de browser. Deze maatregel vormt een essentiële verdedigingslinie tegen code-injectieaanvallen en kwaadaardige manipulatie van browserprocessen.
In moderne webbrowsers vormen renderer-processen een primair doelwit voor aanvallers die proberen kwaadaardige code te injecteren of bestaande processen te manipuleren. Zonder code-integriteitscontroles kunnen aanvallers onbevoegde code uitvoeren, wat kan leiden tot gegevensexfiltratie, sessiekaping en andere ernstige beveiligingsincidenten. Door Renderer Code Integrity in te schakelen, wordt een strikte controle geïmplementeerd die alleen vertrouwde en geverifieerde code toestaat, waardoor de beveiligingspostuur van de organisatie aanzienlijk wordt verbeterd.
Connection:
Connect-MgGraphRequired Modules: Microsoft.Graph.DeviceManagement
Implementatie
Deze beveiligingsmaatregel configureert Microsoft Edge om code-integriteitsverificatie te vereisen voor alle code die wordt uitgevoerd in renderer-processen. De implementatie gebeurt via Microsoft Intune apparaatconfiguratiebeleidsregels, waardoor centraal beheer en consistentie over alle endpoints wordt gegarandeerd. Deze configuratie voorkomt dat onbevoegde of onbetrouwbare code wordt uitgevoerd, zelfs als deze via andere vectoren wordt geïnjecteerd.
Vereisten
Voor de succesvolle implementatie van Renderer Code Integrity zijn verschillende technische en organisatorische vereisten van essentieel belang. Deze beveiligingsmaatregel vormt een fundamenteel onderdeel van een gelaagde beveiligingsstrategie en vereist daarom een solide basis in zowel de technische infrastructuur als de organisatorische processen. Allereerst is een volledig functionerende Microsoft Intune omgeving vereist met de juiste licenties en configuratiemogelijkheden. Organisaties moeten beschikken over Microsoft Intune met de mogelijkheid om apparaatconfiguratiebeleidsregels te beheren, wat betekent dat de Intune-licenties correct zijn geconfigureerd en dat de beheerder over de benodigde rechten beschikt om apparaatconfiguratiebeleidsregels te maken, te configureren en toe te wijzen aan specifieke gebruikersgroepen of apparaten. De Intune-omgeving moet bovendien correct zijn geïntegreerd met Azure Active Directory om een naadloze identiteits- en toegangsbeheer te garanderen. Daarnaast is het van cruciaal belang dat alle doelapparaten correct zijn geregistreerd in Intune en dat de Microsoft Edge browser is geïnstalleerd in een ondersteunde versie. De minimale versievereisten variëren per Edge-versie, maar over het algemeen wordt aangeraden om de nieuwste stabiele versie van Microsoft Edge te gebruiken om optimale beveiliging en compatibiliteit te garanderen. Oudere versies van Edge kunnen mogelijk niet alle code integrity functies ondersteunen, wat de effectiviteit van de beveiligingsmaatregel kan verminderen. Vanuit organisatorisch perspectief is het noodzakelijk dat er duidelijke procedures zijn vastgelegd voor het beheer van code-integriteitsbeleidsregels, inclusief uitgebreide documentatie over welke applicaties en extensies zijn goedgekeurd voor gebruik binnen de organisatie. Dit is van cruciaal belang omdat Renderer Code Integrity alleen ondertekende en geverifieerde code toestaat, wat betekent dat onbevoegde extensies of applicaties mogelijk niet meer functioneren. Beheerders moeten daarom een complete inventarisatie hebben van alle benodigde browserextensies en applicaties die binnen de organisatie worden gebruikt, en ervoor zorgen dat deze allemaal correct zijn ondertekend en geverifieerd voordat de maatregel wordt geïmplementeerd. Deze inventarisatie moet regelmatig worden bijgewerkt om nieuwe applicaties en extensies te kunnen opnemen en om te verzekeren dat alle benodigde software blijft functioneren. Bovendien is het belangrijk dat er een duidelijk communicatieplan is voor eindgebruikers, zodat zij begrijpen wat de impact is van deze beveiligingsmaatregel en wat zij moeten doen als zij problemen ondervinden met bepaalde applicaties of extensies. Dit communicatieplan moet informatie bevatten over waarom de maatregel is geïmplementeerd, welke voordelen dit biedt voor de beveiliging, en hoe gebruikers kunnen rapporteren over problemen of aanvragen voor nieuwe goedgekeurde applicaties. Vanuit technisch oogpunt vereist de implementatie ook dat de netwerkinfrastructuur voldoende is om de beleidsdistributie en verificatie te ondersteunen, en dat er monitoring- en loggingmogelijkheden zijn om de effectiviteit van de maatregel te kunnen volgen en eventuele problemen tijdig te kunnen identificeren en oplossen. De netwerkinfrastructuur moet voldoende bandbreedte en betrouwbaarheid bieden om ervoor te zorgen dat beleidsregels tijdig worden gedistribueerd naar alle apparaten, zelfs in omgevingen met beperkte connectiviteit. Monitoring- en loggingmogelijkheden moeten in staat zijn om gedetailleerde informatie te verzamelen over de status van de code-integriteitscontroles, inclusief informatie over geblokkeerde code, verificatiefouten en eventuele prestatie-impact.
Implementatie
De implementatie van Renderer Code Integrity begint met een grondige voorbereiding en planning, waarbij alle aspecten van de organisatie worden meegenomen om een succesvolle en naadloze implementatie te garanderen. Deze voorbereidingsfase is cruciaal omdat een onzorgvuldige implementatie kan leiden tot verstoring van kritieke bedrijfsprocessen en ontevredenheid bij eindgebruikers. Voordat het beleid wordt geïmplementeerd, is het essentieel om een volledige inventarisatie te maken van alle Microsoft Edge installaties binnen de organisatie, inclusief de versienummers, de configuraties die momenteel actief zijn, en de verschillende gebruikersgroepen die verschillende Edge-configuraties kunnen hebben. Deze inventarisatie moet ook informatie bevatten over welke browserextensies en webapplicaties worden gebruikt door verschillende afdelingen, zodat potentiële impact kan worden ingeschat. Dit helpt om potentiële compatibiliteitsproblemen te identificeren voordat de wijziging wordt doorgevoerd en stelt beheerders in staat om proactief te communiceren met gebruikers over mogelijke veranderingen. De daadwerkelijke implementatie verloopt via Microsoft Intune, waarbij een nieuwe apparaatconfiguratiebeleidsregel wordt aangemaakt specifiek voor Microsoft Edge. Binnen deze beleidsregel wordt de Renderer Code Integrity instelling geconfigureerd en ingesteld op 'ingeschakeld'. Tijdens het configureren van de beleidsregel is het belangrijk om aandacht te besteden aan de scope van de implementatie, waarbij wordt bepaald welke gebruikersgroepen en apparaten worden beïnvloed. Het is raadzaam om gebruik te maken van Intune-beveiligingsgroepen om de implementatie te richten op specifieke afdelingen of gebruikersgroepen, wat zorgt voor een gecontroleerde en gefaseerde uitrol. Het is belangrijk om tijdens de implementatie gebruik te maken van een gefaseerde uitrolstrategie, waarbij eerst een kleine groep testgebruikers wordt geselecteerd om te valideren dat de configuratie correct werkt en geen onverwachte problemen veroorzaakt met bestaande applicaties of werkstromen. Deze testgroep moet representatief zijn voor de verschillende gebruikersprofielen binnen de organisatie, inclusief gebruikers met verschillende rollen, afdelingen en gebruikspatronen. Tijdens de testfase moeten beheerders nauwlettend monitoren op eventuele problemen, inclusief applicaties die niet meer functioneren, prestatieproblemen, of gebruikerservaringen die negatief worden beïnvloed. Na succesvolle validatie kan het beleid geleidelijk worden uitgerold naar grotere groepen gebruikers, waarbij telkens wordt gemonitord of er problemen optreden voordat wordt overgegaan naar de volgende fase. Tijdens de implementatie is het cruciaal om nauw samen te werken met de helpdesk en eindgebruikers om snel te kunnen reageren op eventuele vragen of problemen. De helpdesk moet worden getraind in het herkennen van problemen die gerelateerd zijn aan code-integriteitscontroles en moet weten hoe zij gebruikers kunnen helpen bij het rapporteren van problemen of het aanvragen van goedkeuring voor nieuwe applicaties. De technische implementatie zelf wordt ondersteund door geautomatiseerde scripts die de beleidsconfiguratie kunnen valideren en monitoren, wat zorgt voor consistentie en betrouwbaarheid in het implementatieproces. Deze scripts kunnen worden gebruikt om regelmatig te controleren of het beleid correct is toegepast op alle doelapparaten en om eventuele afwijkingen te identificeren die onmiddellijke aandacht vereisen.
Gebruik PowerShell-script renderer-code-integrity-enabled.ps1 (functie Invoke-Monitoring) – Monitoren.
Monitoring
Effectieve monitoring van Renderer Code Integrity is essentieel om te verzekeren dat de beveiligingsmaatregel correct functioneert en om tijdig te kunnen reageren op eventuele problemen of incidenten. Monitoring vormt een continu proces dat niet alleen gericht is op het detecteren van problemen, maar ook op het begrijpen van de effectiviteit van de beveiligingsmaatregel en het identificeren van mogelijkheden voor verbetering. De monitoring moet zich richten op verschillende aspecten van de implementatie, waaronder de beleidsnalevingsstatus, eventuele foutmeldingen of waarschuwingen, en de algemene effectiviteit van de maatregel. Binnen Microsoft Intune kunnen beheerders de nalevingsstatus van het beleid monitoren via het apparaatconfiguratiedashboard, waar per apparaat wordt weergegeven of het beleid succesvol is toegepast en of er eventuele fouten zijn opgetreden tijdens de beleidsdistributie. Dit dashboard biedt gedetailleerde informatie over de status van elk apparaat, inclusief wanneer het beleid voor het laatst is gesynchroniseerd, of er fouten zijn opgetreden tijdens de toepassing, en of het apparaat momenteel voldoet aan de beleidsvereisten. Beheerders moeten regelmatig dit dashboard controleren om ervoor te zorgen dat alle apparaten correct zijn geconfigureerd en om eventuele problemen tijdig te kunnen identificeren. Daarnaast is het belangrijk om regelmatig te controleren of er meldingen zijn van eindgebruikers over applicaties of extensies die niet meer functioneren, wat kan duiden op problemen met codeverificatie. Deze meldingen moeten worden geanalyseerd om te bepalen of het gaat om legitieme applicaties die mogelijk moeten worden goedgekeurd, of om potentieel kwaadaardige code die correct wordt geblokkeerd. Wanneer legitieme applicaties worden geblokkeerd, moeten beheerders deze applicaties evalueren en indien nodig goedkeuren voor gebruik binnen de organisatie. Dit vereist een gestructureerd proces waarbij de beveiligingsrisico's van de applicatie worden afgewogen tegen de bedrijfsbehoeften. Monitoring moet ook aandacht besteden aan de prestaties van de browser, omdat code-integriteitscontroles een minimale impact kunnen hebben op de prestaties, en het is belangrijk om te verzekeren dat deze impact acceptabel blijft. Beheerders moeten regelmatig prestatiemetingen uitvoeren om te controleren of de code-integriteitscontroles geen significante vertraging veroorzaken in de browserprestaties of gebruikerservaring. Als er prestatieproblemen worden gedetecteerd, moeten deze worden onderzocht om te bepalen of ze worden veroorzaakt door de code-integriteitscontroles of door andere factoren. Geautomatiseerde monitoring scripts kunnen worden ingezet om regelmatig de beleidsstatus te controleren en waarschuwingen te genereren wanneer er afwijkingen worden gedetecteerd, wat zorgt voor proactief beheer en snelle respons op problemen. Deze scripts kunnen worden geconfigureerd om dagelijks, wekelijks of maandelijks te draaien, afhankelijk van de behoeften van de organisatie, en kunnen worden geïntegreerd met bestaande monitoring- en alertingsystemen om een geïntegreerde beveiligingsmonitoring te bieden.
Gebruik PowerShell-script renderer-code-integrity-enabled.ps1 (functie Invoke-Monitoring) – Controleren.
Remediatie
Wanneer monitoring aangeeft dat Renderer Code Integrity niet correct is geconfigureerd of niet actief is op bepaalde apparaten, is het belangrijk om snel te kunnen reageren met passende remediatiemaatregelen. Snelle en effectieve remediatie is cruciaal omdat apparaten zonder actieve code-integriteitscontroles kwetsbaar zijn voor code-injectieaanvallen en andere beveiligingsrisico's. De remediatie begint met een grondige analyse van de oorzaak van het probleem, waarbij wordt gekeken naar verschillende mogelijke oorzaken zoals beleidsdistributiefouten, apparaatconfiguratieproblemen, of conflicterende instellingen. Deze analyse moet systematisch worden uitgevoerd, waarbij eerst de meest waarschijnlijke oorzaken worden onderzocht voordat wordt overgegaan naar meer complexe scenario's. Als het beleid niet correct is toegepast, kan dit verschillende oorzaken hebben, waaronder netwerkproblemen die de beleidsdistributie hebben verhinderd, apparaatsynchronisatieproblemen met Intune, of onvoldoende rechten op het apparaat. Netwerkproblemen kunnen optreden wanneer apparaten zich in omgevingen met beperkte connectiviteit bevinden, zoals thuiswerkomgevingen met onstabiele internetverbindingen of bedrijfsnetwerken met strikte firewallregels die Intune-communicatie blokkeren. Apparaatsynchronisatieproblemen kunnen ontstaan wanneer apparaten niet regelmatig synchroniseren met Intune, wat kan gebeuren wanneer apparaten voor langere tijd offline zijn of wanneer er problemen zijn met de Intune-client op het apparaat. Onvoldoende rechten op het apparaat kunnen voorkomen wanneer gebruikers niet over de benodigde beheerdersrechten beschikken om beleidsregels toe te passen, of wanneer er groepsbeleidsregels zijn die de toepassing van Intune-beleidsregels blokkeren. In dergelijke gevallen moet eerst worden gecontroleerd of het apparaat correct is geregistreerd in Intune en of er voldoende netwerkconnectiviteit is. Deze controle kan worden uitgevoerd door de apparaatstatus te controleren in het Intune-dashboard en door te testen of het apparaat kan communiceren met Intune-services. Vervolgens kan een geforceerde beleidssynchronisatie worden geïnitieerd vanuit Intune, of kan de gebruiker worden gevraagd om handmatig een synchronisatie uit te voeren vanuit de apparaatinstellingen. Een geforceerde synchronisatie kan worden geïnitieerd door beheerders vanuit het Intune-portaal, wat het apparaat dwingt om onmiddellijk te synchroniseren en eventuele nieuwe of bijgewerkte beleidsregels te ontvangen. Als het beleid wel is ontvangen maar niet correct wordt toegepast, kan dit duiden op een conflict met andere beleidsregels of instellingen, en moet worden onderzocht welke andere configuraties mogelijk interfereren. Dergelijke conflicten kunnen optreden wanneer meerdere beleidsregels dezelfde instellingen proberen te configureren met verschillende waarden, of wanneer lokale groepsbeleidsregels de Intune-beleidsregels overschrijven. In dergelijke gevallen moeten beheerders de verschillende beleidsregels analyseren om te bepalen welke prioriteit heeft en welke configuratie moet worden toegepast. In sommige gevallen kan het nodig zijn om de Microsoft Edge browser opnieuw te installeren of te updaten naar een nieuwere versie die volledige ondersteuning biedt voor de Renderer Code Integrity functie. Dit kan nodig zijn wanneer de huidige Edge-versie niet alle code-integriteitsfuncties ondersteunt of wanneer er corruptie is opgetreden in de Edge-installatie. Geautomatiseerde remediatie scripts kunnen worden gebruikt om veelvoorkomende problemen automatisch op te lossen, wat de efficiëntie verhoogt en de tijd tot resolutie verkort. Deze scripts kunnen worden geconfigureerd om automatisch te draaien wanneer problemen worden gedetecteerd, of kunnen worden aangeroepen door beheerders wanneer handmatige remediatie nodig is. De scripts moeten worden getest en gevalideerd voordat ze in productie worden gebruikt om ervoor te zorgen dat ze correct werken en geen onbedoelde gevolgen hebben.
Gebruik PowerShell-script renderer-code-integrity-enabled.ps1 (functie Invoke-Remediation) – Herstellen.
Compliance en Auditing
Compliance en auditing vormen kritieke aspecten van de implementatie van Renderer Code Integrity, vooral voor organisaties in de publieke sector die moeten voldoen aan strikte beveiligingsstandaarden zoals de BIO normen, ISO 27001, en AVG vereisten. Voor Nederlandse overheidsorganisaties is het van essentieel belang om te kunnen aantonen dat alle beveiligingsmaatregelen correct zijn geïmplementeerd en actief zijn, niet alleen om te voldoen aan wettelijke vereisten, maar ook om het vertrouwen van burgers en stakeholders te behouden. Vanuit compliance perspectief is het essentieel om uitgebreide documentatie bij te houden van alle configuraties, wijzigingen, en de rationale achter de implementatie van deze beveiligingsmaatregel. Deze documentatie moet duidelijk beschrijven waarom Renderer Code Integrity is geïmplementeerd, welke risico's hiermee worden gemitigeerd, en hoe de maatregel bijdraagt aan de algehele beveiligingspostuur van de organisatie. De documentatie moet ook informatie bevatten over hoe de maatregel aansluit bij de organisatorische beveiligingsdoelstellingen en hoe deze bijdraagt aan het voldoen aan specifieke compliance-vereisten zoals BIO-normen of ISO 27001-controles. Bovendien moet de documentatie informatie bevatten over de beleidsconfiguratie, de scope van de implementatie, en eventuele uitzonderingen of speciale gevallen. Deze informatie moet regelmatig worden bijgewerkt om ervoor te zorgen dat deze altijd actueel is en accuraat reflecteert wat er in de praktijk is geïmplementeerd. Voor auditing doeleinden is het belangrijk om regelmatig compliance rapporten te genereren die aantonen dat de Renderer Code Integrity beleidsregel correct is geïmplementeerd en actief is op alle relevante apparaten. Deze rapporten moeten worden opgeslagen en beschikbaar zijn voor interne en externe auditors, en moeten historische data bevatten om trends en ontwikkelingen te kunnen analyseren. De rapporten moeten ook informatie bevatten over eventuele afwijkingen of problemen die zijn gedetecteerd, en over de acties die zijn ondernomen om deze problemen op te lossen. Dit helpt auditors om een volledig beeld te krijgen van de effectiviteit van de beveiligingsmaatregel en om te identificeren waar verbeteringen mogelijk zijn. De audit evidence moet ook logbestanden en eventuele incidentrapporten bevatten die gerelateerd zijn aan code-integriteitsverificaties, inclusief gevallen waarin code is geblokkeerd en de daaropvolgende acties die zijn ondernomen. Deze logbestanden moeten worden bewaard voor de vereiste bewaartermijn, zoals gespecificeerd in de organisatorische bewaarbeleidsregels, en moeten worden beschermd tegen ongeautoriseerde toegang of wijziging. Incidentrapporten moeten gedetailleerde informatie bevatten over wat er is gebeurd, wanneer het is gebeurd, welke acties zijn ondernomen, en wat de resultaten waren van deze acties. Dit helpt auditors om te begrijpen hoe effectief de maatregel is en of er verbeteringen nodig zijn in de implementatie of configuratie. Bovendien kunnen deze rapporten worden gebruikt om lessen te leren en om de beveiligingsprocessen continu te verbeteren.
Compliance & Frameworks
- CIS M365: Control Security Controls (L1) - Security hardening
- BIO: 13.01.01 - Technical security measures
- ISO 27001:2022: A.12.6.1 - Technical vulnerability management
Automation
Gebruik het onderstaande PowerShell script om deze security control te monitoren en te implementeren. Het script bevat functies voor zowel monitoring (-Monitoring) als remediation (-Remediation).
Risico zonder implementatie
Management Samenvatting
Schakel code integrity checks in.
- Implementatietijd: 2 uur
- FTE required: 0.01 FTE