Edge Follow Mode Uitgeschakeld

💼 Management Samenvatting

Edge Follow Mode is een functie in Microsoft Edge die gebruikers in staat stelt om content van websites te volgen en automatisch updates te ontvangen wanneer nieuwe content beschikbaar is. Het uitschakelen van deze functie is een belangrijke privacy- en beveiligingsmaatregel voor Nederlandse overheidsorganisaties die de dataminimalisatie principes van de AVG moeten naleven en onnodige dataverzameling willen voorkomen.

Aanbeveling
OVERWEG VOOR PRIVACY BESCHERMING
Risico zonder
Low
Risk Score
2/10
Implementatie
2u (tech: 1u)
Van toepassing op:
Edge

Edge Follow Mode verzamelt automatisch gegevens over de content die gebruikers volgen, inclusief informatie over hun interesses, leesgedrag en surfpatronen. Voor Nederlandse overheidsorganisaties die werken met gevoelige informatie en moeten voldoen aan strikte privacyvereisten zoals de AVG, kan deze automatische dataverzameling een risico vormen. De functie synchroniseert volggegevens tussen apparaten via het Microsoft-account, wat betekent dat persoonlijke interesses en surfgedrag worden opgeslagen in de cloud. Dit kan leiden tot privacyrisico's wanneer deze gegevens worden gecombineerd met andere data die Microsoft verzamelt, waardoor gedetailleerde gebruikersprofielen kunnen ontstaan. Bovendien kan Follow Mode onbedoeld informatie onthullen over de activiteiten van medewerkers, wat bijzonder problematisch is voor organisaties die werken met vertrouwelijke overheidsinformatie. Door Follow Mode uit te schakelen, voorkomen organisaties onnodige dataverzameling en verminderen ze het risico op privacy-inbreuken. Dit draagt bij aan AVG-naleving door het principe van dataminimalisatie toe te passen, waarbij alleen de gegevens worden verzameld die strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van taken. Daarnaast vermindert het uitschakelen van Follow Mode de complexiteit van het privacybeleid en maakt het compliance-audits eenvoudiger, omdat er minder datastromen zijn om te documenteren en te monitoren.

PowerShell Modules Vereist
Primary API: Graph
Connection: Connect-MgGraph
Required Modules: Microsoft.Graph.DeviceManagement

Implementatie

Deze controle configureert de Edge-beleidsregel FollowModeEnabled en schakelt deze uit door de waarde in te stellen op false. Dit gebeurt via Microsoft Intune device configuratiebeleidsregels, waarbij de policy wordt toegepast op alle beheerde Edge-browsers binnen de organisatie. De policy werkt op het niveau van de browserconfiguratie en voorkomt dat gebruikers Follow Mode kunnen inschakelen, zelfs als ze dit handmatig proberen te doen via de browserinstellingen. Wanneer Follow Mode is uitgeschakeld, kunnen gebruikers geen content meer volgen via de Edge-browser en worden er geen volggegevens verzameld of gesynchroniseerd. De implementatie vereist toegang tot Microsoft Intune en de juiste rechten om device configuratiebeleidsregels te maken en toe te wijzen aan gebruikersgroepen of apparaten. De policy kan worden geconfigureerd via de Microsoft Endpoint Manager admin center, waar beheerders navigeren naar Devices, vervolgens Configuration profiles, en een nieuw profiel aanmaken voor Microsoft Edge administratieve templates.

Vereisten

Voor het succesvol implementeren van het uitschakelen van Edge Follow Mode moeten organisaties aan verschillende technische en organisatorische vereisten voldoen. Deze vereisten vormen de basis voor een effectieve implementatie die zowel de privacy verbetert als de gebruikerservaring behoudt. Het is belangrijk om te begrijpen dat een grondige voorbereiding essentieel is voor een soepele implementatie die minimale verstoring veroorzaakt voor gebruikers terwijl maximale privacybescherming wordt geboden. De primaire technische vereiste is de aanwezigheid van Microsoft Intune als apparaatbeheerplatform binnen de organisatie. Intune biedt de benodigde functionaliteit om Edge-beleidsregels centraal te configureren en toe te passen op alle beheerde apparaten. Organisaties die nog werken met traditionele Groepsbeleid moeten overwegen om te migreren naar Intune of moeten een hybride aanpak implementeren waarbij beide methoden worden gebruikt. Het is belangrijk om te verifiëren dat alle doelapparaten correct zijn geregistreerd bij Intune en dat de Intune-client actief is en regelmatig synchroniseert met de cloudservice. Zonder een goed functionerend Intune-platform kan de implementatie niet succesvol worden uitgevoerd, omdat de centrale configuratie en toepassing van Edge-beleidsregels afhankelijk zijn van de Intune-infrastructuur. Microsoft Edge moet geïnstalleerd zijn op alle doelapparaten en moet worden beheerd via Intune. Hoewel Edge standaard wordt meegeleverd met moderne Windows-versies, is het essentieel om te verifiëren dat alle werkstations de ondersteunde versie draaien. Microsoft Edge versie 88 of hoger is vereist voor volledige ondersteuning van de FollowModeEnabled-beleidsregel. Organisaties die nog werken met oudere browsers zoals Internet Explorer of legacy Edge moeten eerst een migratieplan opstellen voordat ze deze controle kunnen implementeren. Het is ook belangrijk om te controleren of Edge is geconfigureerd als de standaardbrowser, omdat beleidsregels alleen effectief zijn wanneer Edge daadwerkelijk wordt gebruikt door gebruikers. Een grondige inventarisatie van alle apparaten en hun Edge-versies is daarom een cruciale eerste stap in het implementatieproces. Beheerdersrechten vormen een kritieke vereiste voor de implementatie. De FollowModeEnabled-beleidsregel wordt geconfigureerd via Intune-apparaatconfiguratiebeleidsregels, wat betekent dat Intune-beheerdersrechten of globale beheerdersrechten vereist zijn. Voor organisaties die werken met het principe van minimale rechten is het belangrijk om een specifiek serviceaccount of beheerd serviceaccount aan te wijzen met de benodigde rechten voor beleidsimplementatie. Dit account moet voldoende rechten hebben om configuratieprofielen te maken en toe te wijzen aan gebruikersgroepen of apparaten, maar niet meer rechten dan strikt noodzakelijk voor deze specifieke taak. Het is raadzaam om op rollen gebaseerd toegangsbeheer te gebruiken om de minimale benodigde rechten toe te kennen. Dit draagt bij aan de beveiliging van de organisatie door het risico op misbruik van beheerdersrechten te verminderen. Een goed doordacht communicatieplan voor gebruikers is cruciaal voor de acceptatie van deze privacy- en beveiligingsmaatregel. Gebruikers moeten begrijpen waarom Follow Mode wordt uitgeschakeld en wat de gevolgen zijn voor hun dagelijkse werk. Het communicatieplan moet uitleggen dat Follow Mode wordt uitgeschakeld om privacy te beschermen en AVG-naleving te waarborgen, en dat gebruikers alternatieve methoden kunnen gebruiken om belangrijke content bij te houden, zoals het gebruik van bladwijzers of RSS-feeds. Trainingssessies, intranetartikelen en duidelijke uitleg helpen gebruikers om de nieuwe privacy- en beveiligingsmaatregel te begrijpen en te accepteren. Het is belangrijk om gebruikers te informeren dat deze maatregel niet bedoeld is om hun productiviteit te belemmeren, maar om hun privacy en de privacy van de organisatie te beschermen. Proactieve communicatie voorkomt verwarring en weerstand tegen de implementatie. Een gestructureerd proces voor uitzonderingsbeheer is essentieel om te voorkomen dat privacy- en beveiligingsmaatregelen de productiviteit onnodig belemmeren. In sommige gevallen kunnen er legitieme bedrijfsredenen zijn waarom Follow Mode tijdelijk moet worden ingeschakeld voor specifieke projecten of gebruikersgroepen. Het uitzonderingsbeheerproces moet duidelijk definiëren wie uitzonderingen kan aanvragen, welke goedkeuringsstappen nodig zijn en hoe uitzonderingen worden geïmplementeerd. Dit kan variëren van het tijdelijk inschakelen van Follow Mode voor specifieke gebruikersgroepen tot het configureren van alternatieve oplossingen die dezelfde functionaliteit bieden zonder de privacyrisico's. Het proces moet ook regelmatige beoordelingen bevatten om te verifiëren dat uitzonderingen nog steeds nodig zijn en geen onnodige privacyrisico's introduceren. Een goed gedocumenteerd uitzonderingsbeheerproces is belangrijk voor compliance-doeleinden en helpt organisaties om te voldoen aan auditvereisten. Voor organisaties die moeten voldoen aan specifieke compliance-frameworks zoals AVG, BIO of ISO 27001, is documentatie van de implementatie en de onderliggende beslissingen essentieel. Deze documentatie moet uitleggen waarom Follow Mode wordt uitgeschakeld, welke privacyrisico's worden gemitigeerd en hoe de maatregel bijdraagt aan compliance. Tijdens audits moeten organisaties kunnen aantonen dat ze proactief maatregelen hebben genomen om privacy te beschermen en dat ze hebben geëvalueerd welke functionaliteit wordt beïnvloed door deze maatregel. Het is belangrijk om deze documentatie actueel te houden en regelmatig te beoordelen om te verifiëren dat de maatregel nog steeds effectief is en aansluit bij de huidige privacy- en beveiligingsvereisten. Goede documentatie vormt de basis voor succesvolle compliance-audits en helpt organisaties om te demonstreren dat ze voldoen aan alle relevante vereisten.

Implementatie

Gebruik PowerShell-script edge-follow-mode-disabled.ps1 (functie Invoke-Implementation) – Implementeren.

De implementatie van het uitschakelen van Edge Follow Mode via Microsoft Intune vereist een gestructureerde aanpak waarbij verschillende stappen worden doorlopen om een robuuste privacy- en beveiligingsconfiguratie op te zetten. Het proces begint met het openen van het Microsoft Endpoint Manager-beheercentrum en het navigeren naar de sectie Apparaten, waar organisaties toegang krijgen tot uitgebreide apparaatbeheertools. Binnen deze sectie selecteert u de optie Configuratieprofielen, die de centrale interface vormt voor het beheren van apparaatconfiguraties en beleidsregels. Het is essentieel om voor elke gebruikersgroep of apparaatgroep een apart configuratieprofiel te definiëren, omdat dit zorgt voor specifieke privacy- en beveiligingsconfiguraties die aansluiten bij de unieke karakteristieken van elke groep. Een goed georganiseerde implementatiestructuur maakt het beheer en onderhoud van de configuratie eenvoudiger en helpt bij het oplossen van problemen wanneer deze zich voordoen. Bij het aanmaken van een nieuw configuratieprofiel is de eerste stap het selecteren van het platformtype, waarbij Windows 10 en later moet worden gekozen voor moderne Windows-apparaten. Vervolgens moet het profieltype worden ingesteld op Beheersjablonen, wat de benodigde functionaliteit biedt om Edge-beleidsregels te configureren. Na het selecteren van het profieltype navigeert u naar de Microsoft Edge-sjablooncategorie, waar alle beschikbare Edge-beleidsregels worden weergegeven. Binnen deze categorie zoekt u naar de FollowModeEnabled-beleidsregel, die zich bevindt in de privacy- en beveiligingssectie van de Edge-beleidsregels. Het is belangrijk om de juiste categorie te selecteren, omdat Edge-beleidsregels zijn georganiseerd in verschillende categorieën zoals privacy, beveiliging, extensies en synchronisatie. De FollowModeEnabled-beleidsregel moet worden geconfigureerd met de waarde Uitgeschakeld, wat ervoor zorgt dat Follow Mode wordt uitgeschakeld op alle beheerde Edge-browsers. Deze configuratie voorkomt dat gebruikers Follow Mode kunnen inschakelen, zelfs als ze dit handmatig proberen te doen via de browserinstellingen. Het is belangrijk om te verifiëren dat de beleidsregel correct is geconfigureerd door de beleidsdetails te bekijken en te controleren of de waarde daadwerkelijk is ingesteld op Uitgeschakeld. Na het configureren van de beleidsregel moet het configuratieprofiel worden opgeslagen en moet een duidelijke naam worden gegeven die aangeeft dat dit profiel Follow Mode uitschakelt, zoals "Edge Follow Mode Uitgeschakeld - Privacybeleid". Een duidelijke naamgeving helpt bij het beheer en maakt het eenvoudiger om het profiel te identificeren tijdens audits of bij het oplossen van problemen. Het toewijzen van het configuratieprofiel aan gebruikersgroepen of apparaten vormt een cruciaal onderdeel van de implementatie, omdat de beleidsregel alleen effectief is wanneer deze wordt toegepast op de juiste doelgroepen. Selecteer de optie Toewijzingen binnen het configuratieprofiel en kies vervolgens de gewenste gebruikersgroepen of apparaatgroepen. Het is raadzaam om te beginnen met een pilotgroep om te testen of de beleidsregel correct werkt voordat deze wordt uitgerold naar de hele organisatie. De pilotgroep moet bestaan uit een representatieve steekproef van gebruikers en apparaten die verschillende scenario's vertegenwoordigen, zoals verschillende Windows-versies, verschillende Edge-versies en verschillende gebruikersrollen. Na succesvolle testen in de pilotgroep kan de beleidsregel worden uitgerold naar de rest van de organisatie. Een gefaseerde implementatie vermindert het risico op onverwachte problemen en maakt het mogelijk om eventuele problemen op te lossen voordat de volledige organisatie wordt beïnvloed. Voor organisaties die werken met hybride omgevingen waarbij zowel Intune als Groepsbeleid worden gebruikt, is het belangrijk om te controleren of er geen conflicterende beleidsregels zijn die Follow Mode kunnen inschakelen. Groepsbeleid heeft voorrang op Intune-beleidsregels wanneer beide worden toegepast op hetzelfde apparaat, dus het is essentieel om te verifiëren dat er geen Groepsbeleidsobjecten zijn die Follow Mode inschakelen. Als er conflicterende beleidsregels zijn, moeten deze worden geïdentificeerd en aangepast voordat de Intune-beleidsregel wordt geïmplementeerd. Het is ook belangrijk om te controleren of er lokale registerwijzigingen zijn die Follow Mode kunnen inschakelen, omdat deze kunnen worden gemaakt door gebruikers met beheerdersrechten of door andere software. Een grondige analyse van de bestaande configuratie voorkomt conflicten en zorgt ervoor dat de implementatie succesvol is. Na de configuratie en toewijzing van het configuratieprofiel is het belangrijk om te verifiëren dat de beleidsregel correct wordt toegepast op alle doelapparaten. Dit kan worden gedaan door de nalevingsstatus te controleren in het Intune-beheercentrum, waar wordt weergegeven welke apparaten voldoen aan de vereisten en welke niet. Apparaten die niet voldoen aan de vereisten moeten worden onderzocht om te bepalen wat de oorzaak is van de niet-naleving. Mogelijke oorzaken kunnen zijn: de Intune-client is niet actief, het apparaat is niet correct geregistreerd bij Intune, of er zijn conflicterende beleidsregels. Het is raadzaam om een monitoringproces in te stellen dat regelmatig controleert of alle apparaten voldoen aan de vereisten en dat automatisch waarschuwingen verzendt wanneer niet-naleving wordt gedetecteerd. Proactieve monitoring helpt bij het snel identificeren en oplossen van problemen voordat ze leiden tot privacyrisico's. Gebruikerscommunicatie is een essentieel onderdeel van de implementatie, omdat gebruikers moeten worden geïnformeerd over de wijziging en de redenen daarvoor. Het is belangrijk om gebruikers uit te leggen dat Follow Mode wordt uitgeschakeld om privacy te beschermen en AVG-naleving te waarborgen, en dat dit niet bedoeld is om hun productiviteit te belemmeren. Gebruikers moeten ook worden geïnformeerd over alternatieve methoden om belangrijke content bij te houden, zoals het gebruik van bladwijzers, RSS-feeds of andere tools die dezelfde functionaliteit bieden zonder de privacyrisico's. Trainingssessies, intranetartikelen en duidelijke uitleg helpen gebruikers om de nieuwe privacy- en beveiligingsmaatregel te begrijpen en te accepteren. Het is ook belangrijk om een duidelijk proces te hebben voor het aanvragen van uitzonderingen, voor het geval dat er legitieme bedrijfsredenen zijn waarom Follow Mode tijdelijk moet worden ingeschakeld voor specifieke projecten of gebruikersgroepen. Effectieve communicatie voorkomt verwarring en zorgt ervoor dat gebruikers de maatregel begrijpen en accepteren.

Monitoring

Gebruik PowerShell-script edge-follow-mode-disabled.ps1 (functie Invoke-Monitoring) – Controleren.

Effectieve monitoring van het uitschakelen van Edge Follow Mode vereist een gestructureerde en systematische aanpak waarbij verschillende aspecten van de privacy- en beveiligingsconfiguratie regelmatig worden geëvalueerd en geanalyseerd. Deze monitoring vormt de basis voor proactief privacybeheer en stelt organisaties in staat om vroegtijdig problemen te identificeren voordat ze leiden tot privacy-inbreuken of compliance-problemen. Het Intune-beheercentrum vormt het centrale instrument voor deze monitoring en biedt uitgebreide inzichten in de nalevingsstatus van alle beheerde apparaten. Een goed georganiseerd monitoringproces helpt organisaties om te voldoen aan compliance-vereisten en zorgt ervoor dat privacy- en beveiligingsmaatregelen effectief blijven functioneren. Regelmatige verificatie van de beleidsconfiguratie is essentieel om te garanderen dat Follow Mode daadwerkelijk is uitgeschakeld op alle werkstations. Dit kan worden uitgevoerd via verschillende methoden, afhankelijk van de gebruikte beheerinfrastructuur. Voor Intune-omgevingen biedt het Intune-beheercentrum ingebouwde nalevingsrapportage die automatisch controleert of beleidsregels correct zijn toegepast op alle doelapparaten. Deze rapporten tonen welke apparaten voldoen aan de vereisten, welke niet voldoen en wat de specifieke reden is voor niet-naleving. Beheerders moeten deze rapporten regelmatig beoordelen, bij voorkeur wekelijks, om te verifiëren dat alle apparaten de juiste configuratie hebben en dat Follow Mode daadwerkelijk is uitgeschakeld. Een gestructureerd beoordelingsproces zorgt ervoor dat problemen snel worden geïdentificeerd en opgelost voordat ze leiden tot privacyrisico's. De nalevingsstatus kan worden gecontroleerd via het Intune-beheercentrum door te navigeren naar Apparaten, vervolgens Configuratieprofielen, en het selecteren van het configuratieprofiel dat Follow Mode uitschakelt. Binnen het profiel wordt de nalevingsstatus weergegeven, waarbij wordt getoond hoeveel apparaten voldoen aan de vereisten en hoeveel niet. Apparaten die niet voldoen aan de vereisten moeten worden onderzocht om te bepalen wat de oorzaak is van de niet-naleving. Mogelijke oorzaken kunnen zijn: de Intune-client is niet actief, het apparaat is niet correct geregistreerd bij Intune, er zijn conflicterende beleidsregels, of gebruikers hebben lokale registerwijzigingen gemaakt die Follow Mode hebben ingeschakeld. Een grondige analyse van niet-naleving helpt bij het identificeren van systematische problemen die aanvullende aandacht vereisen. Voor gedetailleerde verificatie kunnen beheerders het register direct controleren op werkstations om te verifiëren dat de FollowModeEnabled-waarde correct is ingesteld. Dit kan worden gedaan via PowerShell-scripts die de registerwaarde controleren en rapporteren over de nalevingsstatus van alle apparaten in de organisatie. De registerwaarde moet worden gecontroleerd in het pad HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge, waarbij de waarde FollowModeEnabled moet bestaan en moet zijn ingesteld op 0 (uitgeschakeld). Als de waarde niet bestaat of is ingesteld op 1 (ingeschakeld), betekent dit dat de beleidsregel niet correct is toegepast en dat Follow Mode mogelijk actief is. Directe registerverificatie biedt een betrouwbare methode om te controleren of de configuratie correct is toegepast, onafhankelijk van de Intune-rapportage. Trendanalyse van de nalevingsstatus over tijd helpt organisaties om te begrijpen of de privacy- en beveiligingsmaatregel effectief is en of er veranderingen zijn in de configuratie. Een plotselinge toename in niet-naleving kan wijzen op een probleem met de Intune-synchronisatie, conflicterende beleidsregels of gebruikers die proberen Follow Mode handmatig in te schakelen. Organisaties moeten daarom maandelijkse trendrapporten genereren die de nalevingsstatus analyseren en trends identificeren die kunnen wijzen op systematische problemen. Deze rapporten moeten worden gedeeld met het management en het beveiligingsteam om te waarborgen dat privacy- en beveiligingsmaatregelen effectief blijven. Trendanalyse helpt bij het identificeren van patronen die kunnen wijzen op onderliggende problemen die aanvullende aandacht vereisen. Monitoring moet ook aandacht besteden aan gebruikersfeedback en eventuele problemen die gebruikers ervaren als gevolg van het uitschakelen van Follow Mode. Hoewel Follow Mode wordt uitgeschakeld om privacy te beschermen, is het belangrijk om te verifiëren dat gebruikers nog steeds productief kunnen werken en dat er geen onnodige belemmeringen zijn. Gebruikersfeedback kan worden verzameld via enquêtes, helpdesktickets of regelmatige gesprekken met gebruikersgroepen. Als gebruikers aangeven dat ze problemen ervaren, moeten deze worden onderzocht om te bepalen of er alternatieve oplossingen zijn die dezelfde functionaliteit bieden zonder de privacyrisico's. Proactieve aandacht voor gebruikerservaring zorgt ervoor dat privacy- en beveiligingsmaatregelen niet ten koste gaan van productiviteit. Compliancemonitoring is een ander belangrijk aspect van de monitoringactiviteiten. Organisaties moeten regelmatig verifiëren dat het uitschakelen van Follow Mode voldoet aan de vereisten van relevante compliance-frameworks zoals AVG, BIO, ISO 27001 en NIS2. Dit omvat niet alleen de verificatie dat de beleidsregel correct is geconfigureerd, maar ook de documentatie van de implementatie, de monitoringactiviteiten en eventuele uitzonderingen. Compliance-audits vereisen vaak gedetailleerde rapporten die aantonen dat de privacy- en beveiligingsmaatregel actief is en effectief functioneert. Deze rapporten moeten kunnen aantonen dat Follow Mode is uitgeschakeld op alle relevante apparaten, dat er regelmatige monitoring plaatsvindt en dat er procedures zijn voor het reageren op niet-naleving. Goede compliancemonitoring vormt de basis voor succesvolle audits en helpt organisaties om te demonstreren dat ze voldoen aan alle relevante vereisten. Automatisering van monitoringactiviteiten is essentieel voor schaalbaarheid en consistentie. PowerShell-scripts kunnen worden gebruikt om regelmatig de beleidsconfiguratie te verifiëren, nalevingsrapporten te genereren en waarschuwingen te versturen wanneer niet-naleving wordt gedetecteerd. Deze scripts kunnen worden gepland om automatisch te draaien via Taakplanner of via een centrale orchestrationtool. Automatische monitoring vermindert de werklast voor beheerders en zorgt ervoor dat problemen snel worden gedetecteerd en opgelost. Het is belangrijk om deze scripts regelmatig te testen en bij te werken om te waarborgen dat ze correct functioneren en dat ze aansluiten bij de huidige configuratie en vereisten. Geautomatiseerde monitoring zorgt voor consistentie en maakt het mogelijk om grote aantallen apparaten efficiënt te monitoren zonder dat dit leidt tot een onhoudbare werklast voor beheerders.

Remediatie

Gebruik PowerShell-script edge-follow-mode-disabled.ps1 (functie Invoke-Remediation) – Herstellen.

Wanneer monitoringactiviteiten detecteren dat Follow Mode niet correct is uitgeschakeld op bepaalde apparaten, vormt dit een directe bedreiging voor de privacy van gebruikers en kan dit leiden tot onnodige dataverzameling die niet voldoet aan AVG-vereisten. Remediatie moet onmiddellijk worden gestart zodra wordt vastgesteld dat Follow Mode actief is op apparaten waar dit niet zou moeten zijn. Het remediatieproces begint met een grondige analyse van de niet-naleving om te bepalen wat de onderliggende oorzaak is van het probleem. Mogelijke oorzaken kunnen zijn: de Intune-beleidsregel is niet correct toegepast, er zijn conflicterende Groepsbeleidsinstellingen, gebruikers hebben lokale registerwijzigingen gemaakt, of er zijn problemen met de Intune-synchronisatie. Een systematische aanpak van remediatie zorgt ervoor dat problemen effectief worden opgelost en dat privacy- en beveiligingsmaatregelen snel worden hersteld. Automatisch herstel via herstelscripts biedt de meest efficiënte methode om niet-naleving aan te pakken zonder handmatige interventie. Deze scripts kunnen worden geconfigureerd om automatisch te draaien wanneer niet-naleving wordt gedetecteerd, bijvoorbeeld via Intune-nalevingsbeleid of via geplande monitoringscripts. Het herstelscript controleert eerst de huidige status van de FollowModeEnabled-beleidsregel op het apparaat door de registerwaarde te controleren in het pad HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge. Als de waarde niet bestaat of is ingesteld op 1 (ingeschakeld), past het script de registerwaarde automatisch aan naar 0 (uitgeschakeld). Na het aanpassen van de registerwaarde verifieert het script dat de wijziging succesvol is doorgevoerd en rapporteert het de status terug naar het beheersysteem. Geautomatiseerd herstel vermindert de tijd tussen detectie en oplossing, wat belangrijk is voor het minimaliseren van privacyrisico's. Voor Intune-omgevingen kunnen nalevingsbeleidsregels worden geconfigureerd om automatisch herstelacties uit te voeren wanneer niet-naleving wordt gedetecteerd. Deze nalevingsbeleidsregels kunnen worden gekoppeld aan configuratieprofielen, waardoor een geautomatiseerde cyclus ontstaat van detectie, herstel en verificatie. Wanneer een apparaat niet voldoet aan de vereisten wordt gedetecteerd, kan Intune automatisch het herstelscript uitvoeren, en na een korte periode opnieuw de nalevingsstatus controleren. Dit proces herhaalt zich totdat het apparaat voldoet aan de vereisten, of totdat een maximum aantal pogingen is bereikt, waarna handmatige interventie vereist is. Het is belangrijk om de automatische herstelacties te testen in een testomgeving voordat ze worden geactiveerd in productie, om te waarborgen dat ze correct functioneren en geen onbedoelde gevolgen hebben. Een goed getest automatisch herstelproces zorgt voor betrouwbaarheid en minimaliseert het risico op onverwachte problemen. Handmatig herstel is nodig wanneer automatisch herstel niet succesvol is, of wanneer er complexere problemen zijn die aanvullende probleemoplossing vereisen. Het handmatige herstelproces begint met het identificeren van de oorzaak van de niet-naleving. Voor apparaten waar de registerwaarde onjuist is, kan handmatig herstel worden uitgevoerd door direct de registerwaarde aan te passen. Dit vereist lokale beheerdersrechten op het apparaat. De beheerder navigeert naar HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge en controleert of de FollowModeEnabled-waarde bestaat en correct is ingesteld. Als de waarde niet bestaat, moet deze worden aangemaakt als een DWORD-waarde met de waarde 0 (uitgeschakeld). Als de waarde bestaat maar incorrect is ingesteld op 1 (ingeschakeld), moet deze worden gewijzigd naar 0. Na het aanpassen van de registerwaarde moet de Edge-browser worden herstart om ervoor te zorgen dat de wijziging wordt toegepast. Handmatig herstel vereist zorgvuldige uitvoering om te voorkomen dat andere configuraties worden beïnvloed. Wanneer conflicterende Groepsbeleidsinstellingen de oorzaak zijn van niet-naleving, moeten beheerders de Groepsbeleidsbeheerconsole gebruiken om te identificeren welke beleidsregels conflicteren en in welke volgorde ze worden toegepast. Groepsbeleid heeft een specifieke verwerkingsvolgorde: lokaal groepsbeleid, site, domein, organisatie-eenheid, en binnen elke OE van bovenliggend naar onderliggend. Als meerdere beleidsregels de FollowModeEnabled-instelling configureren, wordt de laatste beleidsregel in de verwerkingsvolgorde toegepast. Beheerders moeten daarom controleren of er meerdere Groepsbeleidsobjecten zijn die deze instelling configureren, en ervoor zorgen dat de gewenste beleidsregel de hoogste prioriteit heeft. Als er een Groepsbeleid is die Follow Mode inschakelt, moet deze worden aangepast of verwijderd om te waarborgen dat Follow Mode uitgeschakeld blijft. Het oplossen van beleidsconflicten vereist een goed begrip van de verwerkingsvolgorde en kan complex zijn in omgevingen met meerdere beleidslagen. Voor Intune-omgevingen waar synchronisatieproblemen de oorzaak zijn, kunnen beheerders proberen de Intune-beleidsregel opnieuw te synchroniseren naar het apparaat. Dit kan worden gedaan door de gebruiker te vragen om de Bedrijfsportal-app te openen en handmatig een synchronisatie te activeren, of door de beheerder een externe synchronisatieactie uit te voeren vanuit het Intune-beheercentrum. Als synchronisatieproblemen aanhouden, kan het nodig zijn om het apparaat opnieuw te registreren bij Intune, wat een meer drastische maatregel is die alleen moet worden overwogen wanneer andere oplossingen niet werken. Het opnieuw registreren van een apparaat kan leiden tot tijdelijk verlies van andere configuraties, dus dit moet zorgvuldig worden overwogen en alleen worden uitgevoerd na overleg met de gebruiker. Synchronisatieproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben en vereisen vaak een systematische aanpak om effectief te worden opgelost. Gebruikerscommunicatie is een essentieel onderdeel van het herstelproces, vooral wanneer herstelacties de gebruikerservaring beïnvloeden. Gebruikers moeten worden geïnformeerd over waarom Follow Mode wordt uitgeschakeld en wat de gevolgen zijn voor hun dagelijkse werk. Het is belangrijk om gebruikers te trainen in het herkennen van de Edge Follow Mode-instellingen en te begrijpen dat deze instellingen worden beheerd door de organisatie om privacy te beschermen. Gebruikers moeten ook worden geïnformeerd over alternatieve methoden om belangrijke content bij te houden, zoals het gebruik van bladwijzers of RSS-feeds, zodat ze niet worden belemmerd in hun productiviteit. Effectieve communicatie helpt bij het voorkomen van herhaalde problemen en zorgt ervoor dat gebruikers begrijpen waarom bepaalde maatregelen worden genomen. Na het uitvoeren van herstelacties is verificatie essentieel om te garanderen dat de privacy- en beveiligingsconfiguratie correct is hersteld. Beheerders moeten de registerwaarde opnieuw controleren, de Edge-browser testen door te proberen Follow Mode in te schakelen om te verifiëren dat dit wordt geblokkeerd, en de nalevingsstatus controleren in het Intune-beheercentrum. Documentatie van alle herstelacties is belangrijk voor compliance-doeleinden en voor het identificeren van patronen die kunnen wijzen op systematische problemen die aanvullende aandacht vereisen. Het is raadzaam om een gestructureerd proces te hebben voor het documenteren van herstelacties, inclusief de oorzaak van het probleem, de genomen acties en de resultaten van de verificatie. Goede documentatie helpt bij het leren van incidenten en het verbeteren van het remediatieproces voor toekomstige gevallen.

Compliance en Auditing

Het uitschakelen van Edge Follow Mode draagt significant bij aan de naleving van meerdere belangrijke compliance-frameworks die relevant zijn voor Nederlandse overheidsorganisaties. Deze privacy- en beveiligingsmaatregel vormt een essentieel onderdeel van een gelaagde privacy-aanpak die voldoet aan moderne nalevingsvereisten en het principe van dataminimalisatie toepast zoals vereist door de AVG. Een goed begrip van de compliance-implicaties helpt organisaties om te demonstreren dat ze proactief maatregelen nemen om privacy te beschermen en te voldoen aan alle relevante wettelijke en regelgevende vereisten. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vereist in artikel 5 dat organisaties het principe van dataminimalisatie toepassen, waarbij alleen persoonsgegevens worden verzameld die strikt noodzakelijk zijn voor het specifieke doel. Edge Follow Mode verzamelt automatisch gegevens over de content die gebruikers volgen, inclusief informatie over hun interesses, leesgedrag en surfpatronen. Deze gegevens worden gesynchroniseerd tussen apparaten via het Microsoft-account en worden opgeslagen in de cloud, wat betekent dat er persoonsgegevens worden verzameld die mogelijk niet strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van taken. Door Follow Mode uit te schakelen, passen organisaties het principe van dataminimalisatie toe en verminderen ze de hoeveelheid persoonsgegevens die wordt verzameld, wat bijdraagt aan AVG-naleving. Daarnaast vereist de AVG in artikel 25 dat organisaties passende technische en organisatorische maatregelen implementeren om privacy te beschermen, en het uitschakelen van onnodige dataverzameling is een concrete technische maatregel die aan deze vereiste voldoet. Het uitschakelen van Follow Mode is daarom een belangrijke stap in het voldoen aan AVG-vereisten en helpt organisaties om te demonstreren dat ze het privacy-by-design-principe toepassen. Het BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid)-framework, dat specifiek is ontwikkeld voor Nederlandse overheidsorganisaties, adresseert privacybescherming in thema 13.01.01, dat zich richt op technische beveiligingsmaatregelen. Dit thema vereist dat organisaties passende technische maatregelen implementeren om privacy te beschermen en onnodige dataverzameling te voorkomen. Het uitschakelen van Follow Mode is een concrete technische maatregel die bijdraagt aan deze vereiste door onnodige dataverzameling te voorkomen. BIO-naleving is verplicht voor Nederlandse overheidsorganisaties en wordt regelmatig geaudit door de Auditdienst Rijk of andere toezichthouders. Organisaties moeten kunnen aantonen dat ze effectieve maatregelen hebben geïmplementeerd om privacy te beschermen, en het uitschakelen van Follow Mode is een verifieerbare maatregel die aan deze vereiste voldoet. Tijdens BIO-audits moeten organisaties kunnen demonstreren dat ze technische maatregelen hebben geïmplementeerd om privacy te beschermen, en het uitschakelen van Follow Mode vormt een belangrijk onderdeel van deze demonstratie. ISO 27001:2022, de internationale standaard voor informatiebeveiligingsmanagement, adresseert privacybescherming in controle A.12.6.1, dat zich richt op technisch kwetsbaarheidsbeheer. Deze controle vereist dat organisaties technische maatregelen implementeren om privacyrisico's te mitigeren, en het uitschakelen van onnodige dataverzameling is een belangrijke technische controle die bijdraagt aan deze vereiste. ISO 27001-certificering vereist dat organisaties kunnen aantonen dat ze effectieve beveiligingsmaatregelen hebben geïmplementeerd en dat deze maatregelen regelmatig worden gemonitord en geëvalueerd. Het uitschakelen van Follow Mode is een verifieerbare technische controle die kan worden gedocumenteerd en geaudit, wat belangrijk is voor ISO 27001-naleving. Tijdens ISO 27001-audits moeten organisaties kunnen aantonen dat ze een risicogebaseerde aanpak hebben gevolgd voor het beheren van privacyrisico's, en het uitschakelen van Follow Mode vormt een belangrijk onderdeel van deze aanpak. De NIS2-richtlijn, die van toepassing is op essentiële en belangrijke entiteiten in de Europese Unie, vereist in artikel 21 dat organisaties passende beveiligingsmaatregelen implementeren voor bescherming tegen ongeautoriseerde toegang en datalekken. Het uitschakelen van Follow Mode draagt direct bij aan deze vereiste door onnodige dataverzameling te voorkomen en het risico op datalekken te verminderen. NIS2-naleving is belangrijk voor organisaties in kritieke sectoren zoals energie, transport, gezondheidszorg en digitale infrastructuur, en vereist dat organisaties kunnen aantonen dat ze effectieve beveiligingsmaatregelen hebben geïmplementeerd. Het uitschakelen van Follow Mode helpt organisaties om te voldoen aan NIS2-vereisten door het risico op datalekken te verminderen en door te demonstreren dat ze proactief maatregelen nemen om privacy en beveiliging te beschermen. Voor nalevingsauditdoeleinden moeten organisaties kunnen aantonen dat Follow Mode correct is uitgeschakeld en actief is op alle relevante systemen. Dit vereist documentatie van de implementatie, regelmatige verificatie van de configuratie en monitoring van de effectiviteit van de maatregel. Auditors zullen typisch vragen om screenshots van de Intune-beleidsconfiguratie, exports van de registerinstellingen, rapporten van compliancemonitoringtools en documentatie van eventuele uitzonderingen. Organisaties moeten daarom een gestructureerde aanpak hebben voor het documenteren en rapporteren van de Follow Mode-configuratie. Deze documentatie moet uitleggen waarom Follow Mode wordt uitgeschakeld, welke privacyrisico's worden gemitigeerd en hoe de maatregel bijdraagt aan compliance. Tijdens audits moeten organisaties kunnen aantonen dat ze proactief maatregelen hebben genomen om privacy te beschermen en dat ze hebben geëvalueerd welke functionaliteit wordt beïnvloed door deze maatregel. Goede documentatie vormt de basis voor succesvolle audits en helpt organisaties om te demonstreren dat ze voldoen aan alle relevante vereisten. Het is belangrijk om te erkennen dat het uitschakelen van Follow Mode alleen een onderdeel vormt van een complete privacy-aanpak en niet als enige maatregel voldoende is om volledig te voldoen aan compliance-vereisten. Follow Mode uitschakelen moet worden gecombineerd met andere privacy- en beveiligingsmaatregelen zoals endpointbescherming, netwerkbeveiliging, gebruikers training en andere browser privacy-instellingen om een effectieve gelaagde verdediging te creëren. Echter, het uitschakelen van Follow Mode vormt een belangrijke privacy-maatregel die onnodige dataverzameling voorkomt en bijdraagt aan het principe van dataminimalisatie, wat de waarde voor compliance en privacy aantoont. Een gelaagde aanpak van privacybescherming zorgt ervoor dat organisaties voldoen aan alle relevante compliance-vereisten en dat privacyrisico's effectief worden gemitigeerd op meerdere niveaus van de IT-infrastructuur.

Compliance & Frameworks

Automation

Gebruik het onderstaande PowerShell script om deze security control te monitoren en te implementeren. Het script bevat functies voor zowel monitoring (-Monitoring) als remediation (-Remediation).

PowerShell
<# .SYNOPSIS Edge Follow Feature Uitgeschakeld .DESCRIPTION Registry: HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge\FollowServiceEnabled .NOTES Filename: edge-follow-mode-disabled.ps1 Author: Nederlandse Baseline voor Veilige Cloud CIS: 1.84 #> #Requires -Version 5.1 [CmdletBinding()] param([Parameter(Mandatory = $true, ParameterSetName = 'Monitoring')][switch]$Monitoring, [Parameter(Mandatory = $true, ParameterSetName = 'Remediation')][switch]$Remediation, [Parameter(Mandatory = $true, ParameterSetName = 'Revert')][switch]$Revert, [switch]$WhatIf) $ErrorActionPreference = 'Stop' $RegPath = "HKLM:\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Edge" $RegName = "FollowServiceEnabled" $ExpectedValue = 0 function Invoke-Monitoring { try { if (!(Test-Path $RegPath)) { return @{ isCompliant = $false; reason = "Registry path does not exist" } }; $currentValue = Get-ItemProperty -Path $RegPath -Name $RegName -ErrorAction SilentlyContinue; if ($null -eq $currentValue -or $currentValue.$RegName -ne $ExpectedValue) { return @{ isCompliant = $false; reason = "Registry value not set correctly" } }; return @{ isCompliant = $true; reason = "Registry value correctly set to $ExpectedValue" } } catch { return @{ isCompliant = $false; reason = "Error checking registry: $($_.Exception.Message)" } } } function Invoke-Remediation { try { if (!(Test-Path $RegPath)) { New-Item -Path $RegPath -Force | Out-Null }; Set-ItemProperty -Path $RegPath -Name $RegName -Value $ExpectedValue -Type DWord -Force; Write-Host "[OK] Set $RegPath\$RegName to $ExpectedValue" -ForegroundColor Green } catch { Write-Error "Failed to set registry value: $($_.Exception.Message)"; exit 1 } } function Invoke-Revert { try { if (Test-Path $RegPath) { Remove-ItemProperty -Path $RegPath -Name $RegName -ErrorAction SilentlyContinue; Write-Host "[OK] Removed $RegPath\$RegName" -ForegroundColor Green } } catch { Write-Error "Failed to remove registry value: $($_.Exception.Message)" } } try { switch ($PSCmdlet.ParameterSetName) { 'Monitoring' { $r = Invoke-Monitoring; Write-Host "Compliance: $($r.isCompliant) - $($r.reason)" -ForegroundColor $(if ($r.isCompliant) { 'Green' } else { 'Red' }); exit $(if ($r.isCompliant) { 0 } else { 1 }) } 'Remediation' { Invoke-Remediation } 'Revert' { Invoke-Revert } } } catch { Write-Error $_; exit 2 }

Risico zonder implementatie

Risico zonder implementatie
Low: Zonder het uitschakelen van Edge Follow Mode verzamelt Microsoft automatisch gegevens over de content die gebruikers volgen, inclusief informatie over hun interesses, leesgedrag en surfpatronen. Deze gegevens worden gesynchroniseerd tussen apparaten via het Microsoft-account en worden opgeslagen in de cloud, wat kan leiden tot privacyrisico's wanneer deze gegevens worden gecombineerd met andere data die Microsoft verzamelt. Dit kan resulteren in gedetailleerde gebruikersprofielen die niet voldoen aan het principe van dataminimalisatie zoals vereist door de AVG. Bovendien kan Follow Mode onbedoeld informatie onthullen over de activiteiten van medewerkers, wat bijzonder problematisch is voor organisaties die werken met vertrouwelijke overheidsinformatie. Het risico wordt geclassificeerd als laag tot medium, omdat het primair gaat om privacy-impact zonder directe beveiligingsinbreuk, hoewel onnodige dataverzameling wel kan leiden tot compliance-problemen en mogelijke datalekken.

Management Samenvatting

Schakel Edge Follow Mode uit via Microsoft Intune device configuratiebeleidsregels om onnodige dataverzameling te voorkomen en AVG-naleving te waarborgen. Deze maatregel past het principe van dataminimalisatie toe door te voorkomen dat gegevens over gebruikersinteresses en surfgedrag worden verzameld en gesynchroniseerd. De implementatie neemt één tot twee uur in beslag en vereist toegang tot Microsoft Intune. Follow Mode uitschakelen draagt bij aan privacybescherming en compliance met AVG, BIO, ISO 27001 en NIS2.